Typen longkanker

Typen longkanker
Er zijn twee hoofdsoorten longkanker:
niet-kleincellige longkanker
kleincellige longkanker

Niet-kleincellige longkanker
Bij niet-kleincellige longkanker gaat het om kanker in de grote cellen. Daarin onderscheiden we drie soorten:
Plaveiselcarcinoom ontstaat uit de cellen die binnenzijde van de grote luchtwegen bekleden. Ongeveer 30 procent van de longkankers is een plaveiselcarcinoom. Dit subtype komt vooral voor bij (ex-)rokers.
Adenocarcinoom is de meest voorkomende vorm (40%) van longkanker. Dit subtype komt zowel voor bij rokers als bij niet-rokers. De tumor zit meestal in de buitenste delen van de long.

Grootcellig ongedifferentieerd carcinoom kan in elk deel van de long voorkomen. Dit subtype heeft de neiging snel te groeien en zich te verspreiden, waardoor het moeilijk te behandelen is. Grootcellig ongedifferentieerd carcinoom vertegenwoordigt ongeveer 10 procent van de longtumoren.
De groeisnelheid van deze vormen van kankergezwellen is verschillend. De plaveiselcel groeit het langzaamst en de grootcellige tumorcel groeit het snelst.
Behandelmethoden niet-kleincellige longkanker

Er zijn verschillende behandelmethoden voor niet-kleincellige longkanker. Welke behandeling de arts kiest, hangt af van het soort longkanker en het stadium waarin de ziekte zich bevindt.
Operatie – de tumor en het omringende longweefsel worden operatief verwijderd.
Bestraling (radiotherapie) – de tumor en aangrenzende lymfeknopen worden bestraald om genezing te bereiken of klachten te verminderen.
Chemotherapie – een behandeling met celdodende geneesmiddelen die vaak wordt toegepast als de ziekte uitzaaiingen heeft.
Doelgerichte therapie – deze therapie wordt gekozen als er sprake is van mutaties in de genen.
Immuuntherapie – hierbij wordt het eigen afweersysteem gestimuleerd om de kanker te bestrijden.

Kleincellige longkanker
Ongeveer een op de vijf à zes gevallen van longkanker is kleincellig. Bij deze vorm van longkanker gaat het om piepkleine, kwetsbare cellen die zich razendsnel delen. Dat vergroot het risico dat de ziekte zich zich ook sneller door het lichaam verspreidt dan niet-kleincellige longkanker. Vaak is kleincellige longkanker al uitgezaaid op het moment dat er klachten ontstaan.
Behandelmethoden kleincellige longkanker
Chemotherapie is de standaard behandeling bij kleincellige longkanker. Deze keuze wordt meestal gemaakt omdat er al te veel uitzaaiingen zijn om te opereren. Meestal gaat het om vijf à zes kuren. Als de ziekte beperkt is tot de borstkas, wordt vaak gekozen voor een gelijktijdige behandeling van chemotherapie en radiotherapie (bestraling).

Andere oorzaken van longkanker
Als gezegd, in circa 90 procent van de gevallen is blootstelling aan tabaksrook de oorzaak voor het ontstaan van longkanker. In andere gevallen is de oorzaak vaak:
blootstelling aan asbest
radiotherapie op de borst
blootstelling aan radongas
blootstelling aan diesel en andere chemicaliën

Overlevingskans longkanker
De overleving bij longkanker is slecht. Van alle mensen met longkanker (exclusief tumoren van de luchtpijp) overlijdt bijna 85 procent binnen vijf jaar na het stellen van de diagnose. Van alle mensen met longkanker overlijdt 90 procent binnen tien jaar na het stellen van de diagnose.

Voor kleincellige tumoren is de prognose het slechtst.
In 2015 overleden 10.420 mensen aan longkanker (6.141 mannen en 4.279 vrouwen). Hiermee is longkanker de kanker met de hoogste sterfte in Nederland. De sterfte neemt toe met de leeftijd, maar op hoge leeftijd neemt de relatieve sterfte weer af.
Bron: Volksgezondheidenzorg.info

Be Sociable, Share!

Dit bericht is geplaatst in algemeen 2. Bookmark de permalink.