Voor vijf hoog- complexe chirurgische ingrepen is het aantal ziekenhuizen dat deze uitvoert, afgenomen tussen 2011 en 2012

% ziekenhuizen behandeling volumenormen

Figuur 1: Percentage ziekenhuizen dat ingrepen uitvoert waarvoor volumenormen zijn opgesteld, in 2011 en 2012 (Bron: ZN, 2011;  ZN, 2012).

ICD = Implanteerbare cardioverter defibrilator, PCI = Percutane coronaire interventie (dotteren), THI = Transcatheter hartklepinterventie

Volume en concentratie

Voor vijf hoog- complexe chirurgische ingrepen is het aantal ziekenhuizen dat deze uitvoert, afgenomen tussen 2011 en 2012

Diverse wetenschappelijke beroepsverenigingen, waaronder de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH), de Stichting ONCOlogische Samenwerking (SONCOS) en de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie, hebben normen opgesteld voor een aantal behandelingen en chirurgische ingrepen. Vrijwel al deze normen hebben ook een volume component. Voor een overzicht van de volumenormen, zie Volumenormentabel, 2013.

Op basis van de door de beroepsverenigingen opgestelde (volume)normen presenteert Zorgverzekeraars Nederland (ZN) voor 2011 en 2012 een overzicht van de 92 Nederlandse ziekenhuizen waarop is aangegeven welke ziekenhuizen een aantal behandelingen en ingrepen uitvoeren en of de ziekenhuizen daarbij aan de volumenorm voldoen (ZN, 2011; ZN, 2012). Hoe vaak de ziekenhuizen deze exact uitvoerden, is niet vermeld. In 2012 zijn 18 typen behandeling bekeken. Acht daarvan werden ook in 2011 bekeken. Geen enkel ziekenhuis voerde volgens ZN minder behandelingen uit dan de norm stelde. Figuur 1 toont de percentages ziekenhuizen die de behandelingen uitvoerden. Slechts één ziekenhuis voerde, met uitzondering van operatie aan vernauwde bloedvaten, geen van de behandelingen uit.

Voor zowel borstkanker- als darmkankerchirurgie is het percentage ziekenhuizen waar deze ingrepen plaatsvinden, gelijk gebleven (91 van de 92 ziekenhuizen). Ook voor chirurgie bij leverkanker is het percentage ziekenhuizen waarin deze operatie wordt uitgevoerd gelijk gebleven. Voor operatie van een verwijde buikaorta, operatie bij longkanker, blaaskanker, slokdarmkanker en alvleesklierkanker is het percentage ziekenhuizen waar deze operaties worden verricht, gedaald. In absolute cijfers: drie ziekenhuizen zijn gestopt met longkankerchirurgie, drie met blaaskankerchirurgie, één met slokdarmkankerchirurgie, één met alvleeskankerchirurgie en twee met operaties van een verwijde buikaorta. Eén ziekenhuis voerde in 2011 geen operaties van een verwijde buikaorta uit, maar in 2012 wel.

Ziektekostenverzekeraars hebben de intentie, of doen dit reeds, om de normen te gebruiken bij de zorginkoop. Zorgverzekeraar CZ hanteert voor enkele ingrepen minimum volumenormen waaraan ziekenhuizen (en chirurgen) moeten voldoen om gecontracteerd te worden die hoger liggen dan de norm van de beroepsgroep. Zo ligt voor borstkankerchirurgie deze minimum norm met 70 ingrepen per jaar hoger dan de minimum SONCOS norm van 50 ingrepen per jaar. Ook wordt niet elk ziekenhuis dat wel aan de normen voor een behandeling voldoet ook gecontracteerd. Volgens ZN zullen zorgverzekeraars behandelingen nog slechts vergoeden als zij uitgevoerd worden in ziekenhuizen die aan de norm voldoen (ZN, 2012). De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft te kennen gegeven dat zij ziekenhuizen die de minimum normen van de wetenschappelijke beroepsverenigingen niet halen, zal manen in 2013 om met het uitvoeren van de betreffende ingrepen te stoppen (Bron: IGZ, 2012).

———————————————————————————————————–

Volume AAA- en OCR-ingrepen

4% van de ziekenhuizen, die in 2011 electieve operaties aan verwijding van de buikslagader uitvoerden, voerde minder ingrepen uit dan de norm

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) toetst al jaren op volumenormen. Aanvankelijk betrof het de hoog-complexe operaties van een verwijde buikslagader en slokdarmkanker (zie Figuur 2 en 3). In 2010 is de IGZ gestopt met toetsen op operaties van slokdarmkanker, omdat veel ziekenhuizen deze operatie inmiddels niet meer uitvoerden en de ziekenhuizen die dit wel deden de volumenorm haalden. Vanaf 2011 toetst de IGZ ook op operaties van alvleesklierkanker en vanaf 2013 op blaaskanker (IGZ, 2013a).

Om de expertise op peil te houden en de veiligheid te bevorderen is het van belang dat chirurgen en ziekenhuizen chirurgische ingrepen regelmatig uitvoeren, vooral als deze risicovol zijn. Operatie van een verwijding van de buikslagader (aneurysma van de aorta abdominalis (AAA)), slokdarmkankeroperaties (oesophaguscardia resecties (OCR)) en alvleesklierkanker- en blaaskankeroperaties zijn risicovolle ingrepen, waarvan uit de literatuur bekend is dat de operatiesterfte daalt wanneer een arts deze vaker uitvoert (IGZ, 2005b; Hurks, 2011; Dikken et al., 2012; Zuiderent-Jerak et al., 2012). Voor ieder van deze ingrepen heeft de IGZ een norm vastgesteld voor het minimum aantal dat een ziekenhuis per jaar zou moeten verrichten om deze ingrepen überhaupt te mogen uitvoeren. De IGZ toetst ook op deze normen.

Voor OCR hanteerde de IGZ tot 2010 de norm 10 ingrepen per ziekenhuis per jaar. Voor AAA was tot 2009 de norm 15 acute en electieve ingrepen, in 2009 en 2010 was deze 20, en met ingang van 2011 heeft de IGZ de NVvH norm van 20 electieve ingrepen per ziekenhuis per jaar overgenomen (IGZ, 2005b; IGZ, 2011b; IGZ, 2013a). Voor alvleesklierkanker hanteert de IGZ vanaf 2011 een minimumnorm van 20 alvleesklierresecties per jaar en voor blaaskanker werd in 2011 de norm van 10 blaasresecties per jaar geïntroduceerd.

Van de 73 ziekenhuizen die in 2011 AAA-ingrepen uitvoerden, haalde 5,5% het minimum aantal ingrepen niet. Dit betekent een lichte daling ten opzichte van voorgaande jaren. Het percentage ziekenhuizen dat noch electieve, noch acute AAA-ingrepen uitvoerde, nam tussen 2003 en 2010 geleidelijk toe van 1% tot 14% (IGZ, 2012a). In 2011 voerde 19% van de ziekenhuizen geen electieve AAA-ingreep uit (zie Figuur 2). Ondanks de strengere norm, nam het aantal ziekenhuizen dat niet aan de norm voldeed, dus af.

Het aantal ziekenhuizen dat minder OCR-ingrepen uitvoerde dan de norm is gedaald van 40 in 2003 naar 3 in 2009, en deze drie ziekenhuizen gaven aan deze ingreep niet meer te zullen verrichten (IGZ, 2011b). Het aantal ziekenhuizen dat deze ingreep niet meer uitvoert maar patiënten doorverwijst naar een ander ziekenhuis steeg in dezelfde periode van 42 naar 60 (zie Figuur 3). De daling is mede het gevolg van acties van de IGZ, die deze volumenorm als een succesvolle indicator voor concentratie van zorg en daarmee van veiligheid en kwaliteit beschouwt (IGZ, 2009a; IGZ, 2011b). Uit een studie van Dikken en collega’s is gebleken dat met de centralisatie van OCR-ingrepen in de periode 1989-2009 de 6-maandenmortaliteit is gedaald en de 3-jaarsoverleving is gestegen (Dikken et al., 2012). Voor maagresectie (bij maagkanker), waarvoor in die tijd geen volumenormen golden, waren de trends minder gunstig.

In 2011 werd ziekenhuizen voor het eerst gevraagd naar het aantal alvleesklierresecties dat zij het voorgaande jaar hadden uitgevoerd. Een groot aantal ziekenhuizen (N=67) gaf aan deze ingreep nooit uit te voeren. Van de 27 ziekenhuizen die deze ingreep wel uitvoerden haalde 56% de norm van 20 ingrepen per jaar niet (IGZ, 2012a). In 2011 steeg het aantal ziekenhuizen dat geen alvleesklierresecties meer uitvoerde naar 71, en van de 24 ziekenhuizen die deze ingrepen wel uitvoerde daalde het aandeel dat de norm niet haalde naar 39% (zie Figuur 4).

Vanaf 2013 zal de IGZ ook toetsen of ziekenhuizen voldoen aan de norm van 10 blaasresecties per jaar bij blaaskanker. Gezien de recente introductie van de norm, zal de IGZ er rekening mee houden dat het veld de organisatie van de zorg hier nog op aan moet passen (IGZ, 2012a). De IGZ heeft aan de ziekenhuizen al wel gevraagd hoeveel blaasresecties ze in 2010 en 2011 uitvoerden. In 2010 voerden nog 87 ziekenhuizen deze ingreep uit (IGZ, 2012a); in 2011 was het aantal gereduceerd tot 66. Het aantal ziekenhuizen dat de norm niet haalde in 2011, bedroeg 11 (IGZ, 2013a).

ZN heeft in het overzicht van 2012 zes radiotherapeutische instituten opgenomen, deze zijn hier buiten beschouwing gelaten.

AAA 2003-2011

Figuur 2: Percentage ziekenhuizen dat wel of niet aan de norm* voor het aantal uitgevoerde AAA-ingrepen voldoet, 2003-2011 (Bron: IGZ, 2006g; IGZ, 2007; IGZ, 2008e; IGZ, 2009a; IGZ, 2011b; IGZ, 2012a; IGZ, 2013a).

*Tot 2009 hanteerde de IGZ de norm van 15 acute en electieve AAA ingrepen samen per ziekenhuis per jaar, in 2009 en 2010 was dit 20, en met ingang van 2011 hanteert de IGZ de norm van 20 electieve AAA ingrepen (IGZ, 2011b; IGZ, 2012a; IGZ, 2013a).

OCR 2003-2009

Figuur 3: Percentage ziekenhuizen dat wel of niet aan de norm (10) voor het aantal uitgevoerde OCR-ingrepen voldoet, 2003-2009 (Bron: IGZ, 2006g; IGZ, 2007; IGZ, 2008e; IGZ, 2009a; IGZ, 2011b).

Alvleesklierresecties 2010-2011

Figuur 4: Percentage ziekenhuizen dat wel of niet aan de norm (20) voor het aantal uitgevoerde alvleesklierresecties voldoet, 2010-2011 (Bron: IGZ, 2012a; IGZ, 2013a).

Be Sociable, Share!

Dit bericht is geplaatst in algemeen met de tags , . Bookmark de permalink.