Baarmoederhalskanker

Hoe merk ik het?

  • Bloedverlies na het vrijen
  • Tussentijds bloedverlies
  • Abnormale afscheiding

Hoe werkt het?

Baarmoederhalskanker is een kanker van de bedekkende cellaag van de baarmoedermond. Baarmoederhalskanker begint niet van de ene dag op de andere. Er gaat een stadium aan vooraf waarbij er “onrustige cellen” aanwezig zijn in de bekleding van de baarmoedermond. Artsen noemen dat dysplasie. Dit stadium kan jaren duren. De dysplastische cellen kunnen zich twee kanten op ontwikkelen: of ze worden weer normaal of ze worden steeds onrustiger en gaan uiteindelijk over in kankercellen. Als er kanker ontstaat, blijft dat in het begin vaak zeer gelokaliseerd. Het breidt zich nog niet uit, groeit niet door in de weefsels en zaait nog niet uit. Dit noemen we een “carcinoma in situ” (een plaatselijke kanker). In het volgende stadium vindt wel doorgroei en uitzaaiing plaats en dan is er sprake van een echte kanker. De tumor kan dan uitgroeien richting baarmoeder, vagina, de blaas of de endeldarm. Uitzaaiing vindt plaats met de lymfe naar lymfeklieren, met het bloed naar skelet, de longen en de lever. De klachten die cervixcarcinoom en ook de voorstadia veroorzaken zijn goed verklaarbaar: de geirriteerde baarmoedermond bloedt makkelijk, wat leidt tot bloedverlies na het vrijen en tot tussentijds bloedverlies. Gelukkig worden deze klachten in de meeste gevallen veroorzaakt door veel onschuldiger oorzaken. Als de kanker verder doorgroeit ontstaan andere klachten als pijn, problemen met plassen en met de ontlasting.

Hoe ontstaat het?

  • Het staat vast dat bepaalde typen virus (humaan papilloma virus) een rol spelen bij het ontstaan van deze vorm van kanker. Het (gehad) hebben van veel verschillende seksuele partners verhoogt de kans op het krijgen van de ziekte. Als de partner in het verleden veel wisselende seksuele contacten heeft gehad is de kans ook verhoogd. Ook roken speelt een rol.
  • Hoe ga ik erzelf mee om?
  • Vanaf 2009 bestaat de mogelijkheid om u te laten vaccineren tegen de meest voorkomende virustypes die baarmoederhalskanker kunnen veroorzaken. Vaccinatie werkt alleen preventief en niet tegen mogelijk al bestaande afwijkingen. Als u hierover meer wilt weten, dan kunt u met de huisarts of gynaecoloog overleggen of vaccinatie in uw geval zinvol zou kunnen zijn. Wat u verder kunt doen is proberen de ziekte te voorkomen. Vrij daarom veilig. Geef gehoor aan de oproep voor het laten maken van een uitstrijkje (bevolkingsonderzoek). Baarmoederhalskanker is daarmee met een redelijke betrouwbaarheid op te sporen. Echter, ook de voorstadia van de kwaal kunnen ermee aangetoond worden. Zo kan vroegtijdig met de behandeling gestart kan worden, al voordat sprake is van kanker. Tussen uw dertigste en zestigste levensjaar krijgt u om de vijf jaar een oproep voor het uitstrijkje. De uitslag van het uitstrijkje wordt weergegeven met behulp van de “PAP-score”. Men onderscheidt PAP1 tot en met PAP5, waarbij PAP1 normaal is en PAP5 carcinoma in situ of kanker aangeeft.

Zijn de risicofactoren van baarmoederhalskanker op mij van toepassing?

Baarmoederhalskanker is een kanker van de bedekkende cellaag van de baarmoedermond. Baarmoederhalskanker begint niet van de ene dag op de andere. Er gaat een stadium aan vooraf waarbij er “onrustige cellen” aanwezig zijn in de bekleding van de baarmoedermond. Dit stadium kan jaren duren. Als er kanker ontstaat, blijft dat in het begin vaak zeer gelocaliseerd. Het breidt zich nog niet uit, groeit niet door in de weefsels en zaait nog niet uit. In het volgende stadium vindt wel doorgroei en uitzaaiing plaats, en dan is er sprake van een echte kanker. De tumor kan dan uitgroeien richting baarmoeder, vagina, de blaas of de endeldarm. Uitzaaiing vindt plaats met de lymfe naar lymfeklieren, met het bloed naar skelet, de longen en de lever.

Wetenschappelijk nieuws

› Betere risico-inschatting baarmoederhalskanker

HPV-infectie kan voorlopers van baarmoederhalskanker veroorzaken. De ernst van deze voorlopers en daarmee het risico op baarmoederhalskanker hangt onder andere af van de duur van de infectie en dit blijkt zichtbaar in het aantal DNA-afwijkingen. Aldus onderzoekster Mariska Bierkens. Zij onderzocht ook kleine(re) DNA-afwijkingen en vond nieuwe genen die een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van baarmoederhalskanker. Mariska Bierkens promoveert 22 januari bij VU medisch centrum. Baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door infectie met humaan papillomavirus (HPV). In de toekomst wordt bij het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker getest op de aanwezigheid van dit virus. Echter, in de meeste gevallen leidt een infectie niet tot baarmoederhalskanker. Daarom zijn naast een HPV-test ook andere testen nodig, die aanduiden of een geïnfecteerde vrouw ook daadwerkelijk een verhoogd risico heeft op het ontstaan van baarmoederhalskanker. Naast een HPV-infectie zijn veranderingen in het DNA, zogeheten (epi)genetische veranderingen van de geïnfecteerde cel nodig voor de ontwikkeling van baarmoederhalskanker. Het onderzoek van Mariska Bierkens richtte zich op het karakteriseren van deze veranderingen in een serie van voorloperafwijkingen van baarmoederhalskanker die er onder de microscoop even ernstig uitzagen. Het unieke van deze serie weefselbiopten was dat Bierkens wist hoe lang de betrokken vrouwen met HPV geïnfecteerd waren. Onderzoek naar DNA-afwijkingen toonde aan dat laesies van vrouwen met kortdurende voorgaande infectie geen of weinig DNA-afwijkingen hadden terwijl die met langdurende voorgaande infectie veel afwijkingen hadden, gelijk aan kankergevallen. Daarnaast bleek ook het HPV-type invloed te hebben op het aantal en de locatie van genetische afwijkingen. Naast grotere chromosoomafwijkingen keek Bierkens ook naar kleine afwijkingen. Zo vond zij nieuwe genen die een belangrijke rol lijken te spelen bij het ontstaan van baarmoederhalskanker. Tevens concludeert zij dat zogenaamde epigenetische veranderingen afhankelijk zijn van de duur van voorafgaande HPV-infectie. De in dit onderzoek aangetoonde (epi)genetische verschillen zullen leiden tot een betere herkenning van vrouwen die een verhoogd risico hebben op baarmoederhalskanker.

› HPV16 varianten en hun risico op baarmoederhalskanker kunnen verschillen per werelddeel

Uit onderzoek van Iris Cornet blijkt dat genetische varianten van het HPV-type 16, de belangrijkste veroorzaker van baarmoederhalskanker, een verschillend risico op baarmoederhalskanker met zich mee kunnen brengen in verschillende werelddelen. Zo brengt een infectie van een bepaalde genetische HPV16 variant een hoger risico op baarmoederhalskanker met zich mee in Europa, terwijl diezelfde variant in Zuid-Amerika een lager risico geeft. Op 14 maart promoveert Cornet bij VUmc. Iris Cornet onderzocht of genetische veranderingen in het HPV16 genoom (HPV16 varianten) het risico op baarmoederhalskanker kunnen beïnvloeden. Hiervoor zijn de genetische veranderingen in delen van het HPV16 genoom in vrouwen mét en zonder kanker uit verschillende landen geanalyseerd. Het onderzoek toont dat de HPV16 varianten en hun risico op baarmoederhalskanker kunnen verschillen per werelddeel. Zo geeft een bepaalde genetische variant HPV16 een hoger risico op baarmoederhalskanker in Europa, terwijl diezelfde variant in Zuid-Amerika een lager risico geeft. Waarom dit zo is, moet verder onderzocht worden. Daarnaast zijn in het laboratorium de carcinogene eigenschappen van een aantal HPV-typen van de huid onderzocht, die ervan worden verdacht samen met UV-straling een rol te spelen bij de ontwikkeling van huidkanker. Dit onderzoek in celkweek toont dat twee van de zes bestudeerde HPV-typen ervoor kunnen zorgen dat primaire huidcellen oneindig blijven delen en kunnen transformeren. Deze typen zouden dus oorzakelijk betrokken kunnen zijn bij de ontwikkeling van huidkanker. Het humaan papillomavirus (HPV) is een DNA-virus dat epitheelcellen infecteert. Er zijn meer dan 100 verschillende HPV-typen bekend. Een groep van deze HPV-typen infecteert de slijmvliezen, de zogenaamde mucosale typen, en een andere groep de huid, de zogenaamde huid typen. Het belang van onderzoek naar HPV ligt in het feit dat een voortdurende HPV-infectie met zogenaamd hoog-risico typen, kanker kan veroorzaken. Wanneer men meer inzicht heeft in hoe dit proces plaatsvindt kunnen (preventieve) maatregelen worden genomen. Een infectie met hoog-risico mucosale HPV-typen is veel voorkomend bij seksueel actieve vrouwen. Het merendeel van deze infecties wordt opgeruimd door het immuunsysteem, slechts een klein deel van de infecties is blijvend en kan leiden tot baarmoederhalskanker. Het hoog-risico HPV-type 16 is de belangrijkste veroorzaker van baarmoederhalskanker. Cornet promoveert 14 maart aan VUmc op deze onderzoeken die zij heeft uitgevoerd in het International Agency for Research on Cancer in Lyon, in samenwerking met de afdeling Pathologie van VU medisch centrum.

› Europese subsidie voor VUmc-onderzoek naar nieuwe thuistest baarmoederhalskanker

De European Research Council (ERC) heeft een subsidie van zo’n 2 miljoen euro toegekend aan patholoog Chris Meijer, verbonden aan VUmc. Hij zal zich vooral richten op de ontwikkeling van biomarkers die in staat zijn om nauwkeurig voorstadia van baarmoederhalskanker te herkennen in een HPV-thuistest. Na een dergelijke thuistest hoeven vrouwen alleen naar de gynaecoloog als er daadwerkelijk sprake is van (een voorstadium van) baarmoederhalskanker. Vrouwen die een thuistest doen waaruit blijkt dat zij HPV-positief zijn, moeten nu allemaal naar de gynaecoloog of huisarts om alsnog een uitstrijkje te laten maken om te zien of er ook afwijkende cellen in het uitstrijkje zitten. Is dat het geval, dan worden zij naar de gynaecoloog verwezen voor een inwendig onderzoek. Zo’n 7% van de geteste vrouwen blijkt HPV-positief. Van hen heeft een derde ernstig afwijkende baarmoederhalscellen die behandeld moeten worden. Met behulp van nieuw te ontwikkelen biomarkers – ‘meetbare’ DNA afwijkingen – in het door de vrouw zelf afgenomen vaginale materiaal, wil de groep van Meijer de vrouwen met een sterk verhoogd risico op baarmoederhalskanker al direct in de HPV- thuistest identificeren. Hiermee wordt voorkomen dat een heleboel vrouwen onnodig inwendige onderzoeken ondergaan. Dat voorkomt ongerustheid bij de vrouwen en scheelt de maatschappij bovendien geld. Elke Nederlandse vrouw krijgt vanaf haar 30ste verjaardag een uitnodiging deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Daarvoor moet zij naar de huisarts om een uitstrijkje te laten maken, dat in het laboratorium onderzocht wordt op afwijkende cellen. Al jaren is prof.dr. Meijer van VUmc bezig met het ontwikkelen en verfijnen van een HPV-thuistest. Dat is een test waarmee vrouwen thuis, zelf vaginaal materiaal kunnen afnemen en dat kunnen opsturen naar het laboratorium. De HPV-thuistest heeft twee voordelen. Ten eerste gaan veel vrouwen om verschillende redenen niet naar de huisarts voor een uitstrijkje. Met de meer laagdrempeliger thuistest kunnen deze vrouwen toch getest worden op baarmoederhalskanker, wat levens scheelt. Ten tweede kijkt de HPV-thuistest naar de aanwezigheid van het HPV-virus, dat baarmoederhalskanker kan veróórzaken. Met de HPV-test ben je er dus eerder bij dan bij het traditionele uitstrijkje, dat kijkt naar cellen die al afwijkend zijn. De gezondheidsraad heeft de minister dan ook geadviseerd het uitstrijkje voor cytologisch (cellen)onderzoek in het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker te vervangen door een HPV-test.

› Thuistest spoort meer vrouwen met baarmoederhalskanker op

Ruim 30% van de vrouwen die geen uitstrijkje laten maken bij de huisarts, willen wel deelnemen aan een thuistest voor het opsporen van humaan papillomavirus (HPV). De HPV-thuistest is uiterst effectief in het detecteren van (voorlopers van) baarmoederhalskanker. Aldus Murat Gök die 15 mei promoveert bij VU medisch centrum. Vooral vrouwen die nooit aan het bevolkingsonderzoek hadden deelgenomen deden wel mee met de thuistest, onafhankelijk van etniciteit. Deelname van juist deze groep vrouwen is belangrijk omdat zij een 3x verhoogde kans hebben op het krijgen van baarmoederhalskanker, vergeleken met vrouwen uit het bevolkingsonderzoek. Vrouwen in de leeftijd van 30-60 jaar krijgen eens per 5 jaar een oproep voor het maken van een uitstrijkje bij de huisarts in het kader van het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker (BVO BMHK). Slechts 67% van alle vrouwen geeft gehoor aan de oproep tot deelname. Zo krijgen elk jaar ongeveer 630 vrouwen baarmoederhalskanker en overlijden er ongeveer 230 vrouwen aan deze ziekte. De helft van deze kankers wordt gevonden bij vrouwen die niet deelnemen aan het bevolkingsonderzoek. Murat Gök deed onderzoek naar de mogelijkheid van het verhogen van de deelname aan het BVO BMHK door het aanbieden van een thuistest. Met de thuistest kan de vrouw zelf thuis materiaal afnemen, dat vervolgens in het laboratorium onderzocht wordt op de aanwezigheid van het humaan papillomavirus (HPV), de veroorzaker van baarmoederhalskanker. Ruim 30% van de vrouwen die geen uitstrijkje laten maken, willen wel deelnemen aan het BVO BMHK wanneer zij mee kunnen doen met een HPV-thuistest. Interessant is dat met name vrouwen die nooit aan het bevolkingsonderzoek hadden deelgenomen dit met de thuistest wel deden, onafhankelijk van etniciteit. Gök concludeert dat met het gebruik van de HPV thuistest het aantal gevallen van baarmoederhalskanker kan afnemen. Tevens verbetert de effectiviteit van het onderzoek naar baarmoederhalskanker met inzet van de thuistest.

› Celbiologische markers geïdentificeerd voor respons op behandeling en prognose baarmoederhalskanker

Baarmoederhalskanker is wereldwijd na borst- en darmkanker de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. De behandeling is afhankelijk van het stadium waarin de ziekte wordt vastgesteld. In een vroeg stadium wordt chirurgisch ingegrepen, terwijl patiënten met baarmoederhalskanker in een gevorderd stadium chemotherapie en bestraling krijgen. Voor patiënten die in een gevorderd stadium zijn behandeld is de 5-jaars overleving 66%. De keuze voor behandeling is op dit moment vooral gebaseerd op bekende klinisch-pathologische factoren, zoals het stadium van de tumor en weefselonderzoek. Doel van het promotieonderzoek van Maartje Noordhuis was om celbiologische factoren en intracellulaire routes (pathways) te identificeren die geassocieerd zijn met lymfkliermetastasering, respons op (chemo)radiotherapie en prognose in baarmoederhalskanker. In een grote, goed gedocumenteerde serie van patiënten met vroeg stadium baarmoederhalskanker, die chirurgisch werden behandeld, bleek activatie van twee pathways (TGF-? en de p120-geassocieerde ?-catenin pathway) geassocieerd met respectievelijk afwezigheid en aanwezigheid van bekken lymfkliermetastasen. Tegelijkertijd was positieve eiwitexpressie van PTEN (onderdeel van de EGFR-pathway) gerelateerd aan afwezigheid van lymfkliermetastasen. Vervolgens werd in een grote serie patiënten met gevorderd stadium baarmoederhalskanker gevonden dat de EGFR-pathway en gefosforyleerd ATM als onafhankelijke voorspellers geassocieerd zijn met een slechte respons op (chemo)radiotherapie en slechte overleving. Deze nieuwe gegevens kunnen bijdragen aan het beter voorspellen van de aanwezigheid van lymfkliermetastasen en respons op chemoradiotherapie. Idealiter dienen behandelingen gericht tegen deze specifieke pathways te leiden tot een verbetering van de overleving van baarmoederhalskanker patiënten. Maartje Noordhuis (Groningen, 1986) studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij heeft haar promotieonderzoek uitgevoerd bij de Afdeling Obstetrie & Gynaecologie in het kader van het MD/PhD traject van de Junior Scientific Masterclass van het UMCG. Het onderzoek is gefinancierd door het UMCG. Noordhuis gaat na haar promotie 8 maanden werken aan de Johns Hopkins University, Baltimore, VS, en vervolgt daarna in Groningen haar opleiding tot arts.

› Baarmoederhalskanker

Minder uitstrijkjes nodig na behandeling voorstadium baarmoederhalskanker Vrouwen, behandeld voor een voorstadium van baarmoederhalskanker, zouden niet alleen met een uitstrijkje, maar ook met een HPV-test moeten worden gecontroleerd. Bij meer dan de helft van deze vrouwen kan dan het aantal vervolgbezoeken aan het ziekenhuis naar beneden. Dat is de conclusie van een studie die vandaag door onderzoekers van VU medisch centrum en het Erasmus MC online in Lancet Oncology is gepubliceerd. Alle 6.000 vrouwen in Nederland die jaarlijks worden behandeld voor een voorstadium van baarmoederhalskanker, krijgen na 6, 12 en 24 maanden een controle-uitstrijkje in het ziekenhuis. Ruim de helft van deze vrouwen zou echter slechts twee vervolgonderzoeken hoeven te ondergaan, blijkt uit een studie van VUmc en Erasmus MC. In de studie kreeg een groep van ruim 400 behandelde vrouwen na 6 maanden niet alleen een uitstrijkje, maar ook een HPV-test. Was de uitslag van deze gecombineerde test goed, dan verviel het testmoment op 12 maanden en werd deze combi-test na 24 maanden herhaald. Als deze test ook goed was, dan konden de vrouwen terugverwezen worden naar het “gewone” bevolkingsonderzoek op baarmoederhalskanker. Het risico op het ontwikkelen van nieuwe afwijkingen aan de baarmoedermond was dan de komende vijf jaar namelijk zelfs lager dan het risico van behandelde vrouwen met drie achtereenvolgende goede uitstrijkjes. In het bevolkingsonderzoek worden alle vrouwen tussen de 30 en 60 jaar iedere 5 jaar gecontroleerd op afwijkende cellen van de baarmoedermond door een uitstrijkje. Bij ruim de helft van de vrouwen was de uitslag van de gecombineerde testen beide keren goed. Daarmee hoeven jaarlijks zo”n 3.000 Nederlandse vrouwen maar twee, in plaats van drie keer terug te komen voor vervolgonderzoek na behandeling voor een voorstadium van baarmoederhalskanker. En voor vrouwen in Duitsland en Engeland hebben deze studieresultaten nog meer gevolgen: deze worden nu 5 jaar achter elkaar met een uitstrijkje gecontroleerd en dit kan nu achterwege blijven.

› Overlevingskans baarmoederhalskanker verdubbelt bij opwarmen tumor

Patiënten met baarmoederhalskanker hebben een aanzienlijk grotere kans hun ziekte te overwinnen als zij een behandeling krijgen waarbij de tumor wordt verwarmd. Als deze zogenoemde hyperthermiebehandeling wordt gedaan in combinatie met chemo- of radiotherapie verdubbelt zelfs de kans op een positief effect. Dat blijkt uit onderzoek waarop Martine Franckena van het Erasmus MC vrijdag 3 september promoveert.
Bij hyperthermie worden tumorcellen verzwakt of gedood door ze te verwarmen tot een temperatuur van 40 to 44 C. Dat gebeurt met microgolven, vergelijkbaar met de straling van een magnetron. Hyperthermie is succesvol als deze behandeling wordt gedaan in combinatie met gangbare behandelingen als chemo- en radiotherapie. De warmte doodt niet alleen tumorcellen, maar zorgt er ook voor dat de doorbloeding van de tumoren verbetert. Daardoor worden ze gevoeliger voor radio- en of chemotherapie. “De chemotherapie en straling kunnen dan als het ware beter hun werk doen in het gezwel”, zegt Franckena, radiotherapeut in opleiding in het Erasmus MC-Daniel den Hoed Oncologisch Centrum. In haar proefschrift heeft Franckena de behandelresultaten van bijna vijfhonderd patiënten onderzocht. Alle patiënten hadden baarmoederhalskanker die bij aanvang van de behandeling nog niet was uitgezaaid naar andere delen van het lichaam. Bij patiënten die hyperthermie kregen in combinatie met radiotherapie verdubbelde de kans op overleving, gemeten na een periode van twaalf jaar. De combinatie met chemotherapie wordt gebruikt voor patiënten die de ziekte terugkrijgen na eerdere behandeling. Bij deze patiënten verdubbelde het toevoegen van hyperthermie de responskans. Uit de onderzoeksresultaten kwam ook naar voren dat hoe hoger de dosis hyperthermie, hoe succesvoller de behandeling. Franckena: “Belangrijk is dat deze verdubbeling van de succeskans niet gepaard ging met meer bijwerkingen van de behandeling.” Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door KWF kankerbestrijding. Baarmoederhalskanker is na borstkanker de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. In Nederland wordt jaarlijks bij ongeveer 700 vrouwen baarmoederhalskanker vastgesteld en overlijden 200 mensen aan deze ziekte. Baarmoederhalskanker komt het vaakst voor bij vrouwen tussen de 30 en 55 jaar. Dit promotieonderzoek draagt bij aan een betere behandeling van patiënten. Onderzoekers hebben bijvoorbeeld op basis van de resultaten een computersysteem gemaakt waarmee tijdens de behandeling de temperatuur beter verdeeld kan worden. Het Erasmus MC-Daniel den Hoed behandelt jaarlijks 150 mensen met hyperthermie.

› Inzicht hpv en baarmoederhalskanker enorm toegenomen

De laatste 25 jaar zijn belangrijke ontdekkingen gedaan op gebied van bestrijding van hpv en baarmoederhalskanker. De wetenschap ontdekte dat hpv de belangrijkste oorzaak is van baarmoederhalskanker en verkreeg inzichten in de genetische veranderingen die daar een rol bij spelen. Dat zei patholoog Chris Meijer van het VU mc onlangs in zijn afscheidsrede. Hij promoveerde in 1971 aan de VU en was daar sinds 1983 hoofd van de afdeling pathologie. Nu nog wordt bij het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker gekeken naar afwijkende cellen. Binnen afzienbare tijd zal een volledig moleculaire screening mogelijk zijn, zonder dat er nog een microscoop aan te pas komt, denkt Meijer. Ondanks zijn afscheid blijft hij nog wel actief in het onderzoek naar hpv.

› Opsporen voorstadia baarmoederhalskanker kan beter!

Door het gebruik van digitale colposcopie, waarbij de baarmoedermond met een speciale microscoop wordt bekeken, worden meer voorstadia van baarmoederhalskanker opgespoord dan wanneer de gynaecoloog dit onderzoek handmatig doet. Veel vrouwen vinden het ‘gewone’ onderzoek vervelend en daarbij worden er ook afwijkingen gemist. Daarom onderzocht gynaecoloog-in-opleiding Jacqueline Louwers deze nieuwe methode die nauwkeuriger en minder belastend is. Zij promoveert 12 april bij VU medisch centrum. Baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door een aanhoudende infectie met het humaan papillomavirus (HPV). Deze vorm van kanker kan middels het maken van een uitstrijkje of door testen op HPV worden opgespoord. Indien deze testen afwijkend zijn, wordt een vrouw doorverwezen naar een gynaecoloog voor nader onderzoek. De gynaecoloog verricht dan een zogenaamde colposcopie. Tijdens het onderzoek wordt de baarmoedermond met een speciaal soort microscoop bekeken, de colposcoop, en kunnen zo nodig direct stukjes weefsel worden afgenomen voor verder onderzoek. Veel vrouwen ervaren dit ‘normale’ baarmoederonderzoek als vervelend. Afwijkingen worden met dit onderzoek regelmatig gemist. Daarom zocht Jacqueline Louwers naar mogelijkheden om dit onderzoek beter, prettiger en nauwkeuriger te verrichten, bijvoorbeeld door het inzetten van digitale colposcopen. In plaats van dat de arts zelf de baarmoedermond beoordeelt op afwijkingen, wordt de baarmoedermond digitaal onderzocht. Uit haar onderzoek blijkt nu dat door het inzetten van dit apparaat meer vrouwen worden opgespoord met voorstadia van baarmoederhalskanker. Jacqueline Louwers vond ook dat als je een uitstrijkje combineert met een HPV-test er een betere risico-inschatting gemaakt kan worden van welke vrouwen een hoog risico lopen op afwijkingen aan de baarmoedermond. Door vervolgens nog een extra biomarker hieraan toe te voegen kan bijvoorbeeld een betere selectie gemaakt worden tussen vrouwen die direct behandeld moeten worden en bij wie nog afgewacht kan worden.

› Hoe effectief zijn interventies om baarmoederhalskanker te voorkomen?

VUmc is leider van dit internationale onderzoek CoheaHr waarin 12 centra uit 11 verschillende landen participeren met een totaalbudget van 6 miljoen euro. De subsidie wordt beschikbaar gesteld door de Europese gemeenschap. In Europa sterven jaarlijks 30.000 vrouwen aan de gevolgen van baarmoederhalskanker. Met name in Oost-Europa komt de ziekte veel voor omdat daar geen georganiseerd screeningsprogramma bestaat. De beschikbaarheid van een HPV vaccin kan leiden tot een daling in het aantal nieuwe gevallen van baarmoederhalskanker in de toekomst. Screening blijft echter ook belangrijk want het vaccin beschermt maar tegen 2 van de 14 aan kanker gerelateerde HPV types en het vaccin werkt alleen als vrouwen niet zijn geïnfecteerd. CoheaHr wil een betrouwbare informatiebron worden rond de effectiviteit en kosteneffectiviteit van preventie-strategieen in verschillende EU landen. Met CoheaHr kunnen beleidsmakers geïnformeerde beslissingen nemen over de preventie van HPV-gerelateerde ziektes. CoheaHr richt zich op verschillende vragen: hoe moeten we screeningsprogramma’s wijzigen zodat gevaccineerde vrouwen hieraan gaan deelnemen? wat is beste manier van invoering screening met een HPV DNA test: een uitstrijkje bij de huisarts of een thuistest? Kan het HPV vaccin worden ingezet bij oudere vrouwen zodat ook zij door gedeeltelijk door vaccinatie worden beschermd? Dat juist VUmc dit onderzoek doet is niet vreemd. VUmc heeft een uitgebreide expertise op het gebied van HPV en screening. In 1997 is door patholoog Chris Meijer gestart met het onderzoeken van de effectiviteit van de HPV test in het landelijke screeningsprogramma. Op dit moment doet VUmc veel onderzoek naar de HPV thuistest en naar nieuwe moleculaire screeningstesten. Ook wordt voorspellingen gemaakt van de impact van screenings- en vaccinatieprogramma’s op de ziektelast. Binnen CohearHr participeren 12 partners uit 11 verschillende landen: Amsterdam (VUmc coördinator, dr. J. Berkhof en prof. Chris Meijer), Barcelona, Turijn, Stockholm, Tampere, Brussel, Ljubljana, London, Kopenhagen, Lyon, Reims, Wolfsburg.

› Veelbelovende resultaten behandeling baarmoederhalskanker

Naast het vaccin tegen door hpv veroorzaakte baarmoederhalskanker is er zicht op een effectieve behandeling. Dat meldt het UMC Groningen. Al eerder ontdekten onderzoekers van het UMCG dat rSFV mogelijkheden biedt in de strijd tegen baarmoederhalskanker. M. Walczak onderzocht of het afweersysteem de effectiviteit van rSFV kan beïnvloeden. Tumoren kunnen cellen aantrekken die de effectiviteit van immuuntherapie verminderen. Walczak laat echter zien dat deze cellen de effectiviteit van het nieuwe rSFV-vaccin nauwelijks beïnvloeden. Ook blijkt dat door aanvullende gerichte bestraling de hoeveelheid hpv-specifieke T-cellen in de tumor, opgewekt met rSFV, toeneemt. Bestraling lijkt de effectiviteit van immuuntherapie dus te verbeteren.

› Therapeutisch vaccin tegen baarmoederhalskanker in de maak

Onderzoekers van het UMC Groningen hebben 550.000 euro gekregen van het KWF voor translationeel onderzoek en een klinische studie naar een therapeutisch kankervaccin tegen baarmoederhalskanker. Zij hebben een therapie ontwikkeld, die het eigen afweersysteem van de patiënt gebruikt om de kankercellen te lijf te gaan. Deze nieuwe therapie maakt gebruik van een virus, dat zodanig is aangepast dat het alleen cellen infecteert, maar zichzelf niet kan vermenigvuldigen. De geïnfecteerde cel maakt kankerspecifieke eiwitten aan. Afweercellen die leren deze eiwitten te herkennen kunnen vervolgens kankercellen herkennen en doden. Bij muizen verdween de tumor volledig. Wellicht kan het vaccin operaties wegens een voorstadium van baarmoederhalskanker onnodig maken.

› Uitvoeringstoets wijziging bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker 2013

Een langdurige infectie met hoog-risicotypen van het Humaan Papillomavirus (hrHPV) kan voorstadia van baarmoederhalskanker veroorzaken. Vroege opsporing van voorstadia van baarmoederhalskanker door hrHPV-screening als primaire test is, goed te organiseren en uit te voeren. Dit blijkt uit een zogeheten uitvoeringstoets naar dit bevolkingsonderzoek, uitgevoerd door het Centrum voor Bevolkingsonderzoek. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gebruikt de toets bij de besluitvorming of het voorgestelde bevolkingsonderzoek wordt ingevoerd. Het voorgestelde bevolkingsonderzoek is bedoeld voor vrouwen van 30 tot en met 60 jaar. Zij worden iedere vijf jaar door de screeningsorganisaties uitgenodigd om bij de huisartsenvoorziening een uitstrijkje te laten maken. Vrouwen die niet reageren, ontvangen een zelfafnameset om zelf lichaamsmateriaal af te nemen. Het afgenomen materiaal wordt getest op de aanwezigheid van hrHPV. Vrouwen van 40 en 50 jaar die hrHPV-negatief getest zijn, krijgen pas na tien jaar een nieuwe uitnodiging. Als hrHPV aanwezig is, wordt gekeken of er ook sprake is van afwijkende cellen (cytologische beoordeling). Afhankelijk hiervan vindt verwijzing naar de gynaecoloog of vervolgonderzoek bij de huisartsenvoorziening plaats. Vrouwen die in aanmerking komen voor vervolgonderzoek, ontvangen een uitnodiging van de screeningsorganisaties. De hrHPV-test en de cytologische beoordeling vinden plaats in een beperkt aantal screeningslaboratoria. Het voorgestelde bevolkingsonderzoek levert extra gezondheidswinst op en de uitvoeringskosten zijn lager dan het huidige bevolkingsonderzoek. De uitvoeringstoets is in samenwerking met de betrokken beroepsgroepen, patiëntenorganisaties, screeningsorganisaties en andere stakeholders tot stand gekomen. Onder hen is voldoende draagvlak om hrHPV-screening en de zelfafnameset in te voeren. Voor de uitvoeringstoets is in kaart gebracht hoe het primaire proces, de organisatie, het kwaliteitsbeleid, de communicatie, de monitoring en evaluatie ingericht moeten worden. Om het voorgestelde bevolkingsonderzoek in te kunnen voeren, is twee jaar voorbereiding nodig. Het opstellen van de kwaliteitseisen, de aanbestedingen en de ICT-ontwikkelingen zijn belangrijke aandachtspunten in de voorbereiding. Het voorgestelde bevolkingsonderzoek wordt direct volledig ingevoerd. Alle vrouwen die in aanmerking komen voor een uitnodiging, krijgen een hrHPV-test aangeboden. Intensieve monitoring van mogelijke nadelige effecten, zoals overbehandeling, is belangrijk.

› Meer inentingen tegen baarmoederhalskanker

In 2010 heeft ruim 52 procent van alle meisjes die geboren zijn in de periode 1993 tot en met 1996 zich laten vaccineren tegen baarmoederhalskanker. Dit is het resultaat van de HPV-inhaalcampagne, die startte in maart 2009. Uit de recent gepubliceerde rapportage van het RIVM-RCP blijkt dat het percentage meisjes dat uiteindelijk driemaal is gevaccineerd gestegen is van 47 procent in juli 2010) naar 52,2 procent 31 december 2010. Dit is volgens het RIVM te beschouwen als het eindresultaat van de inhaalcampagne, afgezien van een zeer beperkt aantal vaccinaties dit voorjaar. Bij de groep meisjes die voor het eerst binnen het reguliere Rijksvaccinatieprogramma worden ingeënt (jaarcohort 1997) staat de teller nu op 51,9 procent.

 

› Gezond gewicht en bewegen belangrijk bij baarmoederhalskanker

Gezonde voeding, meer bewegen en afvallen tot een normaal lichaamsgewicht beïnvloeden de overleving bij baarmoederkanker. Dat stelt gynaecologisch-oncoloog D. Boll van het Erasmus MC. Zij onderzocht de ontwikkeling van baarmoederkanker onder Nederlandse vrouwen in de periode sinds de jaren ‘80. De meeste vrouwen met deze aandoening lijden aan een vorm van baarmoederkanker die een goede prognose heeft en goed behandelbaar is. Deze vrouwen zijn wel vaak te dik, lijden vaker aan suikerziekte en kampen met hart- en vaatziekten. Deze factoren blijken vaker overlijden te veroorzaken dan de baarmoederkanker zelf. Daarom vindt Boll het erg belangrijk dat gynaecologen bij baarmoederkanker ook aandacht schenken aan gezond gedrag.

› HPV-test als primaire screeningstest effectiever dan uitstrijkje

Wanneer een infectie met het Humaan Papillomavirus (HPV) noodzakelijk is voor het ontstaan van baarmoederhalskanker, is het dan ook mogelijk aanwezigheid van HPV te gebruiken voor het opsporen van baarmoederhalskanker (BMHK) en voorstadia daarvan? ‘Ja’, concludeert Dorien Rijkaart in haar onderzoek. ‘Het testen op HPV is superieur aan het traditionele uitstrijkje als primaire screeningstest naar baarmoederhalskanker voor vrouwen van 30 jaar en ouder.’ Rijkaart promoveert op 1 maart aan VUmc. In twee grote prospectieve studies in het Nederlandse bevolkingsonderzoek met ieder meer dan 40.000 deelnemende vrouwen onderzoekt Rijkaart of het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker verbeterd kan worden door gebruik te maken van de HPV-test.De test detecteert klinisch relevante voorstadia van BMHK eerder dan het gebruikelijke uitstrijkje. Een negatieve HPV-test biedt in de volgende screeningsronde (na 5 jaar) een 50% betere bescherming tegen ernstige voorstadia van baarmoederhalskanker dan het uitstrijkje. De test geeft een significant betere bescherming tegen baarmoederhalskanker. Hierdoor kan het screeningsinterval verlengd worden zonder dat het gepaard gaat met een verhoogd risico op (pre)kankers. De meeste HPV-infecties zijn zogenaamde voorbijgaande infecties, die spontaan genezen. Slechts een minderheid van de HPV-positieve vrouwen (~3-5%) ontwikkelt daadwerkelijk (pre)kanker. Een goede risicoselectie van HPV-positieve vrouwen door middel van een aanvullende test is daarom van groot belang om voorbijgaande infecties te onderscheiden van (pre)kanker inducerende infecties. Hiermee worden onnodige vervolgonderzoeken en behandelingen voorkomen. Uit het onderzoek blijkt dat risicoselectie van HPV-positieve vrouwen met behulp van een uitstrijkje direct en na 12 maanden een haalbare strategie is. In het recent verschenen advies van de gezondheidsraad over baarmoederhals screening is de hier geadviseerde manier van screenen op baarmoederhalskanker door middel van een HPV-test overgenomen.

› HPV-test beter dan het traditionele uitstrijkje

Uit onderzoek onder bijna 45.000 vrouwen in de leeftijd van 29-56 jaar blijkt dat een HPV-test beter in staat is om afwijkingen te vinden dan het traditionele uitstrijkje. Daarom biedt een HPV-test significant betere bescherming tegen baarmoederhalskanker en voorloperafwijkingen dan een uitstrijkje. Baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door 15 hoog-risico typen van het humaan papilloma virus (hrHPV) waarvan HPV 16 verreweg het belangrijkste type is. De resultaten van dit onderzoek, onder leiding van prof. Chris Meijer van VU medisch centrum, zijn vannacht gepubliceerd in het prestigieuze The Lancet Oncology. Het longitudinale onderzoek, dat over een periode van meer dan 10 jaar loopt, onderbouwt volledig het recent door de gezondheidsraad afgegeven rapport waarin de minister geadviseerd wordt het uitstrijkje voor cytologisch onderzoek in het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker te vervangen door een HPV-test. De vrouwen die deelnamen aan het bevolkingsonderzoek, waar elke Nederlandse vrouw vanaf 30 jaar een uitnodiging voor krijgt, werden gerandomiseerd over twee groepen, waarvan er in de eerste ronde een groep zowel op HPV als met het traditionele uitstrijkje getest werd, de andere groep alleen met een uitstrijkje. In de tweede ronde werden beide groepen op HPV en met het uitstrijkje getest. Na 5 jaar bleek dat er in de groep vrouwen die op HPV getest waren significant minder baarmoederhalskanker en ernstige voorloperafwijkingen (CIN3) gevonden werd, vergeleken met de groep vrouwen die alleen een uitstrijkje hadden gehad, en waar destijds niets afwijkends gevonden was. HPV-detectie reduceert dus significant de aan baarmoederhalskanker gerelateerde ziekte en sterfte. In de op HPV geteste groep waren in de eerste ronde significant meer ernstige voorloperafwijkingen (CIN2+) gevonden dan in de groep die alleen een uitstrijkje had gekregen. De gevonden ernstige voorloperafwijkingen bleken voornamelijk te worden veroorzaakt door HPV 16. Verder toonde het onderzoek aan dat de HPV-test niet tot overdiagnose leidt van spontaan genezende voorloper afwijkingen bij jonge vrouwen.

› Osteoporose

Er sterven meer vrouwen aan de gevolgen van Osteoporose dan aan Borstkanker , Kanker aan de eierstokken en Baarmoederhalskanker tezamen. Ook onder mannen is er meer sterfte ten gevolge van Osteoporose dan door Prostaatkanker . Dat zegt de Canadese reumatoloog en woordvoerster van Osteporosis Canada, Dr. Diane Theriault.

› Stijging keelkanker door seksueel overdraagbaar virus

Het percentage keelkanker dat veroorzaakt wordt door het humaan papillomavirus (HPV) is de laatste 20 jaar verzesvoudigd, van 5% naar 30%. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek onder patiënten van VUmc in de periode 1990 tot en met 2010. Veel wisselende seksuele contacten en orale seks zijn risicofactoren voor deze vorm van keelkanker die vooral bij mannen voorkomt. et humaan papillomavirus (HPV) veroorzaakt niet alleen baarmoederhalskanker, maar kan ook keelkanker veroorzaken. Deze vorm van keelkanker komt vooral bij mannen voor. HPV wordt overgedragen via seksueel contact en uit eerder Amerikaans onderzoek is gebleken dat een hoog aantal wisselende seksuele partners en orale seks risicofactoren zijn voor het krijgen van HPV-geïnduceerde keelkanker. Arts-onderzoeker Michelle Rietbergen van de afdeling KNO-hoofd/halschirurgie onderzocht samen met de afdeling Pathologie tumorweefsel van 240 patiënten. Deze patiënten waren in de periode 1990-2010 gediagnosticeerd met keelkanker in het VUmc. Door middel van een kleuringstest gevolgd door een DNA-test werd HPV gedetecteerd. Uit dit onderzoek blijkt dat het percentage keelkanker dat veroorzaakt wordt door HPV de laatste twintig jaar is gestegen van 5% in 1990 tot 30% in 2010. Uit eerder onderzoek was al gebleken dat de absolute aantallen van keelkanker toenemen. Wellicht is dat dus te verklaren uit de toename van deze HPV-geïnduceerde tumoren. Andere vormen van keelkanker worden veroorzaakt door roken en overmatig gebruik van alcohol. De exacte oorzaak van de stijging van keelkanker door HPV is vooralsnog onbekend. In een vervolgonderzoek is het van belang om na te gaan of deze stijging ook in andere delen van Nederland wordt waargenomen. Verder pleiten deze gegevens voor de inenting van jonge vrouwen tegen HPV. Niet alleen zou dat baarmoederhalskanker bij de vrouwen zelf kunnen voorkomen, maar mogelijk zou het ook deze vorm van keelkanker bij mannen kunnen voorkomen. Bijna iedereen komt in zijn of haar leven in aanraking met HPV. Deze virussen leven op of in de huid en slijmvliezen. Er zijn meer dan honderd verschillende soorten HPV. De meeste vormen geven geen klachten. Er zijn een paar soorten die kanker kunnen veroorzaken, maar gelukkig bij een minderheid van de mensen die geïnfecteerd worden. De resultaten van het onderzoek zijn online gepubliceerd in the International Journal of Cancer. Op 1 april 2013 is de gedrukte versie beschikbaar.

› Virale infecties veroorzaken meer kanker

› Nieuw onderzoek hpv-stammen

› Betere behandeling van gynaecologische kanker

› Sterke toename keelkanker door onveilige seks

› Minder maag- en galblaaskanker, meer slokdarmkanker en huidmelanomen in Nederland

› Allergische reactie Gardasil zeldzaam

› Mondspoeling kan hpv opsporen

› HPV

› Helft Amerikaanse mannen geïnfecteerd met hpv

› Hpv veroorzaakt mogelijk ook huidkanker

› Stijging mond- en keelkanker mogelijk door hpv

 

Be Sociable, Share!

Dit bericht is geplaatst in Baarmoeder met de tags . Bookmark de permalink.