Nieuwe kankermedicijnen houden de delende cellen kort

HET ONDERZOEK naar en de ontwikkeling van nieuwe medicijnen voor de behandeling van kankerpatiënten is een moeizaam en tijdrovend proces, waarin teleurstellingen, onverwachte tegenslagen en mislukkingen talrijker zijn dan successen….

Het nieuwe middel kan zo duur zijn, dat er problemen ontstaan met de beschikbaarheid. De budgettaire restricties waarmee de Nederlandse ziekenhuizen te kampen hebben bij de verstrekking van Taxol gaat, wekken zelfs de schijn dat er sprake is van een zekere willekeur: het wordt verstrekt tot het geld ervoor op is.

Toch lijkt het nog niet op dat financiële problemen de voortgang in het onderzoek naar nieuwe middelen tegen kanker ernstig belemmeren. Wie afgelopen week een bezoek bracht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar het negende (tweejaarlijkse) congres van het Amerikaanse National Cancer Instituut (NCI) en de Europese organisatie voor onderzoek en behandeling van kanker (Eortc) werd gehouden, werd overspoeld met nieuwe onderzoeken naar en recente, vaak nog voorlopige, resultaten van nieuwe anti-kankermiddelen.
De belangrijkste trends in het onderzoek zijn in twee zinnen samen te vatten: nieuwe aangrijpingspunten voor chemotherapie en een grotere selectiviteit van de middelen. Veel wordt in het werk gesteld om er voor te zorgen dat anti-kankermedicijnen hun werk slechts daar doen waar het gewenst is – in de tumorcellen dus, zodat gezonde lichaamscellen gespaard worden en de bijwerkingen van de chemotherapie worden geminimaliseerd.

Nieuwe aangrijpingspunten voor de behandeling van kanker kunnen daar evenzeer aan bijdragen als verbeteringen in de toediening van (bestaande) middelen. Een interessante ontwikkeling in dit verband is het onderzoek naar de rol die het enzym telomerase in kankercellen speelt. Het enzym is onmisbaar voor de verdubbeling van het aantal chromosomen in de cel, een stap die voorafgaat aan iedere celdeling.
Telomerase regelt dat de uiteinden van de chromosomen, de zogenoemde telomeren, bij iedere celdeling niet steeds een stukje korter worden, maar hun oorspronkelijke lengte behouden. De chromosomen behouden zo hun stabiliteit. Het telomerase-enzym is alleen actief in cellen die zich delen; in niet-delende lichaamscellen komt het niet voor.
Dat maakt het enzym in principe een ideaal doelwit voor een anti-kankertherapie, zoals de Amerikaanse celbioloog Calvin Harley van het biotechnologische bedrijf Geron in Menlo Park (Californië) twee jaar geleden al eens heeft geopperd. Stoffen die de werking van telomerase kunnen blokkeren, had Harley toen nog niet.

Maar intussen zijn er een paar gevonden, die de activiteit van telomerase tot de helft terug kunnen brengen, zo bleek op het congres. Het optimisme over telomerase als nieuw doelwit bij de behandeling van kanker lijkt daarmee gerechtvaardigd, aldus de Amerikaanse kanker-onderzoeker J. Shay van de universiteit van Texas in Dallas, deze week in Amsterdam.
Judah Folkman van de Harvard Medical School in Boston, die zich al zo’n 25 jaar bezighoudt met een andere bijzondere eigenschap van tumoren – het vermogen om nieuwe bloedvaten aan te leggen die (delen van) het steeds maar uitdijende gezwel van bloed moeten gaan voorzien – vertelde het congres hoe de laatste jaren drie verschillende lichaamseigen stoffen zijn ontdekt die de vorming van nieuwe bloedvaten tegengaan.

Folkman wees er op dat sommige bestaande anti-kankermedicijnen, zoals cyclofosfamide, methotrexaat en taxol, naast het blokkeren van de celdeling ook de aanleg van nieuwe bloedvaten in de tumor belemmeren. Dat betekent volgens hem dat wanneer het kankergezwel op een bepaald ogenblik resistent zou worden tegen deze cytostatica, doorgaan met de behandeling toch zinvol kan zijn: hun werking tegen de aanleg van nieuwe bloedvaten blijft namelijk overeind.

Hoe lastig het overigens is de verschillen tussen kankercellen en gezonde lichaamscellen te benutten voor een selectieve behandeling van de tumor, blijkt uit de proeven met anti-kankervaccins. Kankercellen wijken slechts op details af van gezonde cellen, reden waarom het afweersysteem van het lichaam ze meestal niet als ‘vreemd’ herkent om ze vervolgens op te ruimen.

Immuuntherapie voor kanker probeert het natuurlijke afweersysteem te ‘trainen’ om kankercellen wèl op te ruimen. Maar overtuigende resultaten van deze aanpak zijn er nog niet. Een kleine proef in Leiden met een vaccin voor vrouwen met uitbehandelde baarmoederhalskanker heeft, aldus de immunoloog prof. dr C. Melief, tot dusver bij twee patiëntes geleid tot een stabilisatie van hun ziekte, terwijl één patiënte is overleden.
Een langlopend onderzoek naar het vaccineren van patiënten met dikke-darmkanker met hun eigen tumorcellen, uitgevoerd door het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit en tien streekziekenhuizen, is nauwelijks bemoedigender. Volgens onderzoeksleider dr J. Vermorken is er weliswaar een positief effect voor de patiënten die worden gevaccineerd, maar helaas: het verschil met de niet-gevaccineerde patiënten is statistisch(nog) niet hard.
Gerbrand Feenstra

Bron: Volkskrant

Be Sociable, Share!

Dit bericht is geplaatst in algemeen met de tags . Bookmark de permalink.