Nano-MRI moet patiënten duidelijkheid brengen

Auteur Sophie Broersen

Radioloog Jelle Barentsz is ervan overtuigd dat MR-lymfangiografie met nanopartikels de kwaliteit van leven van prostaatkankerpatiënten kan verbeteren. Een langere overleving als gevolg van deze diagnostiek is – nog – niet aangetoond, maar zijn klinische ervaring is dat deze nieuwe beeldvormende techniek van grote waarde is.

Het draait om een techniek die al meer dan tien jaar bestaat: ijzerhoudende nanopartikels worden intraveneus ingespoten bij een patiënt. Die deeltjes worden door macrofagen opgenomen en komen terecht in onder meer gezonde lymfeklieren. Niet in lymfeklieren die een metastase bevatten. Als vervolgens een bepaalde MRI-techniek wordt losgelaten op de patiënt, is goed te zien welke lymfeklieren zijn aangetast. Beter dan met andere technieken zoals de PET/CT-scan, zegt radioloog Jelle Barentsz van het Radboudumc. Met bestaande technieken, zoals de PET/CT-scan, zouden positieve lymfeklieren met een doorsnede onder de 8 mm niet zichtbaar zijn, met de MR-lymfangiografie (MRL) zelfs lymfeklieren vanaf 2 mm doorsnee.

In 2008 publiceerde Barentsz samen met anderen over de techniek in The Lancet Oncology. Daarin ging het om mannen met prostaatkanker bij wie op basis van onder meer de kwaadaardigheid en omvang van de tumor een inschatting was gemaakt van de kans op lymfekliermetastases in het bekken. Bij een risico hoger dan 5 procent ondergaan deze mannen meestal een lymfeklierdissectie. Al deze mannen ondergingen ook een MRL. Na vergelijking bleek de nieuwe techniek een hoge negatief voorspellende waarde te hebben (96%), wat betekent dat je die mannen een dissectie kunt besparen. Wat verder opviel: bijna een derde van de positieve lymfeklieren bevond zich buiten het gebied dat bij een ‘normale’ lymfeklierdissectie wordt aangepakt. Andere publicaties lieten zien, dat meer dan 50 procent van de kliertjes met de uitzaaiingen buiten het standaard bestralingsgebied liggen.

Dat inzetten van MRL en daardoor beter opsporen van lymfekliermetastases resulteert in verlaging van de prostaatkankersterfte, is vooralsnog niet aangetoond, erkent Barentsz. ‘Daarvoor zul je patiënten heel lang moeten volgen. En mortaliteit hangt natuurlijk af van de behandeling die vervolgens wordt gegeven.’ Er zijn dus nog genoeg vragen over MRL, maar Barentsz zelf is enthousiast en hoort van veel van zijn patiënten en hun verwijzers dat de techniek een groot verschil heeft gemaakt. ‘Zoals mannen die al zijn bestraald of geopereerd voor hun prostaatcarcinoom en jaren later te maken krijgen met een stijging van het PSA, en bij wie onduidelijk is hoe dat komt. Met de bestaande technieken kunnen kleine metastasen niet worden opgespoord, met MRL wel. Die kleine uitzaaiingen kunnen selectief bestraald worden, met behulp van MR-lokalisatie.’ En wat nu als MRL géén micrometastases aantoont bij dat stijgende PSA? Barentsz: ‘Dan kun je iemand geruststellen.’

Het enthousiasme van Barentsz over MRL wordt niet door iedereen gedeeld: ‘Er zijn terughoudende behandelaars die niet overtuigd zijn, maar de meeste urologen, medisch oncologen en radiotherapeuten zijn enthousiast.’
Iedereen aan de MRL dus maar? Zo simpel is het niet. Het contrastmiddel werd niet goedgekeurd door de Europese en Amerikaanse registratiecommissies (EMA en FDA). Dat heeft niet met de veiligheid, maar met een aantal andere factoren te maken, zegt Barentsz: ‘Contrastmiddelen worden op dezelfde wijze als geneesmiddelen beoordeeld, maar dat zijn het niet. Daardoor zijn veel goede contrastmiddelen niet goedgekeurd. Daarnaast hebben de fabrikanten van het middel technische fouten gemaakt in hun studies: ze hebben helaas de centrale beoordeling van de beelden niet volgens gangbare radiologische standaard verricht. De fabrikanten zijn door de economische crisis niet doorgegaan met de ontwikkelingen van de stoffen.’

Inmiddels heeft hij het heft in eigen handen genomen en wordt het middel in beheer van de afdeling Radiologie van het Radboudumc gemaakt. In Nederland mag het nu worden toegepast, op de lange termijn hoopt hij het ook in het buitenland te kunnen verspreiden. De eventuele opbrengsten gaan naar het Radboudumc voor de verdere ontwikkeling van het middel. Zover is het overigens nog lang niet: gezien de hoge ontwikkelkosten leggen de ontwikkelaars nu nog geld bij voor elke MRL die wordt gemaakt.

Bron http://medischcontact.artsennet.nl

Online gepubliceerd op: 17 februari 2014

Be Sociable, Share!

Dit bericht is geplaatst in nieuws met de tags . Bookmark de permalink.