Onderzoek Paddestoelen als kanker bestrijding

Onderzoek bij mensen

Onderzoek bij mensen is uiteraard het meest waardevol om gezondheidsbevorderende effecten van de consumptie van paddestoelen aan te tonen. Er is echter nauwelijks onderzoek gedaan naar effecten van de consumptie van paddestoelen op gezondheid en voorkomen van ziekten bij mensen. De onderzoekers Smith, Rowan & Sullivan , Monro  en Ikekawa  beschrijven een epidemiologische studie onder telers van Flammulina velutipes (Enokitake, fluweelpootje) in de prefectuur Nagano in Japan over de periode 1972-1986. Onder deze telers kwam kanker als doodsoorzaak minder vaak voor dan onder de gemiddelde inwoner van dit gebied. In deze studie suggereerde men dat consumptie van paddestoelen tot de lagere overlijdenskans t.g.v. kanker zou leiden. Voor zover wij het kunnen beoordeling is deze suggestie tot stand gekomen doordat men aannam dat telers van paddestoelen deze dan ook vaker eten. Dit is dus een voorbeeld van een cohort studie en over de kwaliteit van het onderzoek valt nog wel wat te zeggen.

Hara en collega’s  beschrijven een studie die tussen 1998 en 2002 eveneens in de prefectuur Nagano

werd uitgevoerd. In deze studie werd in 4 ziekenhuizen het voedingspatroon van patiënten met maagkanker of dikke darmkanker per persoon vergeleken met dat van twee controles van hetzelfde geslacht, nagenoeg dezelfde leeftijd en dezelfde woonplaats. Op deze manier werden 153 patienten met maagkanker vergeleken met 303 controles en werden 121 patienten met dikke darmkanker vergeleken met 245 controles.

Deelnemers aan het onderzoek werd gevraagd om voor 17 verschillende groenten en 4 paddestoelen-soorten (Lentinula edodes (Shiitake), Flammulina velutipes (Enokitake), Hypsizygus marmoreus (Bunashimeji) en Pholiota nameko (Nameko) aan te geven hoe vaak en in welke portiegrootte de groenten of paddestoelen gegeten werden. Daarnaast werd gevraagd naar frequentie en hoeveelheden van alcoholconsumptie. Mensen die niet alle vragen hadden beantwoord of die extreem veel aten werden niet in de statistische analyse meegenomen. De uiteindelijke analyse werd uitgevoerd op 149 maagkankerpatiënten en hun controles en op 115 dikke darm kanker patiënten en hun controles.

Uit de statistische analyse van de gegevens kwam naar voren dat de consumptie van broccoli en andere kruisbloemige groenten het risico op zowel maagkanker en dikke darm kanker verlaagt. Consumptie van paddestoelen verlaagt in deze studie alleen het risico op maagkanker. Echter de auteurs van het artikel geven ter nuancering wel aan dat de omvang van de gegevensset die zij ge-analyseerd hebben aan de kleine kant was en dat het niet onmogelijk is dat de associatie tussen veel paddestoelen in het dieet en een verlaagd risico op kanker op toeval berust. Op dit cohort-type onderzoek valt dus ook nog wat af te dingen.

Echter, ook in twee Koreaanse onderzoeken naar de relatie tussen voedingspatroon en kanker werd gevonden dat zeer regelmatige consumptie van paddestoelen het risico op kanker verlaagt. Kim en collega’s  hebben de eetgewoonten van 136 maagkankerpatienten uit twee academische ziekenhuizen vergeleken met 136 controles (vergelijkbaar m.b.t. geslacht, leeftijd en bezocht ziekenhuis = leefgebied). Hierbij hebben zij van 109 voedingsmiddelen de frequentie van consumptie opgevraagd over een periode van de 3 voorafgaand jaren. De conclusie van het onderzoek was dat het risico op maagkanker afnam bij een hoge consumptie van verse groenten en fruit terwijl het risico op maagkanker toenam bij een hoge consumptie van voedingsmiddelen met veel nitraat (zoals spinazie) of met veel carcinogene stoffen (op houtskool gegrild rundvlees). Uit de statistische analyse van de resultaten kwam duidelijk naar voren dat het risico op maagkanker lager was bij hogere consumptie van paddestoelen. Het artikel meldt niet om welke paddestoelen het gaat. Ook in een ander Koreaans onderzoek , ditmaal naar de relatie tussen voedingspatroon, het voorkomen van een bepaalde erfelijke factor in het foliumzuurmetabolisme en het voorkomen van borstkanker, werd gevonden dat consumptie van paddestoelen het risico op borstkanker significant verlaagt. In dit onderzoek dat tussen 1994 en 1998 door 3 universitaire ziekenhuizen werd uitgevoerd, werd het voedingspatroon en het voorkomen van een erfelijke factor geanalyseerd bij 189 Koreaanse vrouwen met borstkanker en 189 vrouwen van dezelfde leeftijd, maar zonder kanker. Naast regelmatige consumptie van paddestoelen verlaagt ook de consumptie van groene groenten of witte groenten de kans op borstkanker terwijl de regelmatige consumptie van vlees de kans op borstkanker verhoogt. Ook dit artikel vermeldt niet om welke paddestoelsoorten het gaat. Echter, de meest geconsumeerde paddestoelen in Zuid-Korea zijn in afnemende mate van belangrijkheid oesterzwam, champignon en shiitake. Voorgaande studies zijn dus weer voorbeelden van cohort studies.

Uit beide bovenbeschreven studies wordt duidelijk dat paddestoelen een beschermende werking kunnen hebben tegen kanker. Hoe deze beschermende werking wordt bewerkstelligd, is echter niet duidelijk.

Darmadi en collega’s  hebben tussen 1991 en 1996 de eetgewoonten van bejaarde Japanners bestudeerd en gekeken naar verschillen in eetgewoonte tussen Japanners die relatief jong overlijden en zij die relatief oud worden. Japanners hebben een van de hoogste levensverwachtingen in de wereld. Mannen worden gemiddeld 81.3 jaar oud terwijl vrouwen 88.7 jaar oud worden. In hun studie volgden zij een groep van 43 mannen en 46 vrouwen van 70 jaar en ouder uit de stad Okazaki gedurende 55 maanden (ruim 5½ jaar). Deze mensen woonden ofwel op zichzelf (21 personen), ofwel met hun echtgenoot (27 personen) of met andere familieleden (41 personen) en waren geen van allen ziek. Bij de bestudering van hun dieet werd gekeken naar granen, groenten, zaden en noten, peulvruchten, fruit, paddestoelen, andere schimmels, algen (zeewier), vis en schelpdieren, vlees en vleesproducten, eieren, melk en zuivelprodukten, suiker en zoetstoffen, snoep, vetten en oliën, non-alcoholisch drankgebruik en kruiden en specerijen. Daarnaast werd gekeken naar hoeveelheden geconsumeerd voedsel (aantal caloriën), aminozuren en type vetten (n-3 meervoudig onverzadigde vetzuren). Verder werd gekeken naar gebruik van alcoholische dranken en rookgedrag.

 

Tijdens de duur van de studie overleden 8 mannen en 5 vrouwen (aan kanker, hartinfarcten, herseninfarcten, nierfalen en ouderdom). In de studie werd het eet- en leefpatroon van de overledenen vergeleken met dat van de overlevers. De overlevers consumeerden significant hogere hoeveelheden shiitake (Lentinula edodes), enokitake (Flammulina velutipes) en Shimejitake (Hypsizygus marmoreus) en bepaalde typen vetten en oliën dan de overledenen. Voor macronutriënten (eiwit, koolhydraten en vetten) en micronutriënten (vitaminen en mineralen) werden geen verschillen gevonden. (Ter verduidelijking; met betrekking tot de hoeveelheid vetten en oliën werden dus geen verschillen gevonden, wel in de aard van de vetten en oliën). De auteurs concluderen uit hun werk dat een hogere consumptie van n-3 meervoudig onderzadigde vetzuren (uit planten en vis en schaaldieren) in combinatie met consumptie van paddestoelen belangrijke factoren zijn in het bereiken van hoge leeftijd.

Een dergelijk onderzoek kan alleen in het Verre Oosten worden uitgevoerd omdat in die landen de consumptie van paddestoelen op een veel hoger peil ligt dan in de Verenigde Staten of de Europese Unie. Als paddestoelen geen wezenlijk grote bijdrage leveren aan het voedingspatroon kan er immers niet veel worden onderzocht. Lee & Wahlqvist  hebben een aantal onderzoeken naar de relatie tussen voeding en gezondheid die onder ouderen in het Verre Oosten zijn uitgevoerd naast elkaar gelegd. In een dergelijke vergelijking verwacht men dat de constante factoren die in voeding met een lange levensduur samenhangen duidelijk naar duidelijk worden. Echter, deze beide auteurs (waarvan Wahlqvist ook aan het onderzoek van Darmadi en collega’s  heeft meegewerkt) geven aan dat uit dergelijke studies blijkt dat ouderen op verschillende diëten een hoge leeftijd kunnen bereiken. Zij concluderen dat ouderen een reeks van relatief intacte voedingsmiddelen tot zich nemen (waaronder vis en peulvruchten). Paddestoelen worden daarbij niet expliciet genoemd.

Voedingsdeskundigen lijken wat moeite te hebben met het accepteren van gezondheidsbevorderende effecten van paddestoelen. In een aantal onderzoeken komt de opmerking voor dat meer onderzoek nodig is vanwege carcinogene stoffen die in de vorm van agaritine in champignons en shiitake aanwezig zijn. Er zijn echter ook onderzoekers die paddestoelen willen opnemen in een programma van “nutraceuticals” waarbij een mengsel van voedingstoffen wordt ingezet voor de bestrijding van kanker .

Tijdens de duur van de studie overleden 8 mannen en 5 vrouwen (aan kanker, hartinfarcten, herseninfarcten, nierfalen en ouderdom). In de studie werd het eet- en leefpatroon van de overledenen vergeleken met dat van de overlevers. De overlevers consumeerden significant hogere hoeveelheden shiitake (Lentinula edodes), enokitake (Flammulina velutipes) en Shimejitake (Hypsizygus marmoreus) en bepaalde typen vetten en oliën dan de overledenen. Voor macronutriënten (eiwit, koolhydraten en vetten) en micronutriënten (vitaminen en mineralen) werden geen verschillen gevonden. (Ter verduidelijking; met betrekking tot de hoeveelheid vetten en oliën werden dus geen verschillen gevonden, wel in de aard van de vetten en oliën). De auteurs concluderen uit hun werk dat een hogere consumptie van n-3 meervoudig onderzadigde vetzuren (uit planten en vis en schaaldieren) in combinatie met consumptie van paddestoelen belangrijke factoren zijn in het bereiken van hoge leeftijd.

Een dergelijk onderzoek kan alleen in het Verre Oosten worden uitgevoerd omdat in die landen de consumptie van paddestoelen op een veel hoger peil ligt dan in de Verenigde Staten of de Europese Unie. Als paddestoelen geen wezenlijk grote bijdrage leveren aan het voedingspatroon kan er immers niet veel worden onderzocht. Lee & Wahlqvist  hebben een aantal onderzoeken naar de relatie tussen voeding en gezondheid die onder ouderen in het Verre Oosten zijn uitgevoerd naast elkaar gelegd. In een dergelijke vergelijking verwacht men dat de constante factoren die in voeding met een lange levensduur samenhangen duidelijk naar duidelijk worden. Echter, deze beide auteurs (waarvan Wahlqvist ook aan het onderzoek van Darmadi en collega’s  heeft meegewerkt) geven aan dat uit dergelijke studies blijkt dat ouderen op verschillende diëten een hoge leeftijd kunnen bereiken. Zij concluderen dat ouderen een reeks van relatief intacte voedingsmiddelen tot zich nemen (waaronder vis en peulvruchten). Paddestoelen worden daarbij niet expliciet genoemd.

Voedingsdeskundigen lijken wat moeite te hebben met het accepteren van gezondheidsbevorderende effecten van paddestoelen. In een aantal onderzoeken komt de opmerking voor dat meer onderzoek nodig is vanwege carcinogene stoffen die in de vorm van agaritine in champignons en shiitake aanwezig zijn. Er zijn echter ook onderzoekers die paddestoelen willen opnemen in een programma van “nutraceuticals” waarbij een mengsel van voedingstoffen wordt ingezet voor de bestrijding van kanker

Be Sociable, Share!

Dit bericht is geplaatst in algemeen met de tags . Bookmark de permalink.