De bijwerkingen met protonenbestraling zijn aanzienlijk minder dan bij conventionele radiotherapie

Nieuw in Nederland Protonentherapie maar al tientallen jaren in gebruik in het buitenland. U kunt mogelijk binnenkort terecht voor de therapie in 2 ziekenhuizen in Amsterdam 1 in Groningen en 1 in Maastricht.

Wat is protonentherapie?

Meer dan de helft van alle kankerpatiënten heeft behandeling door middel van ioniserende bestraling nodig om de groei van de tumor te stoppen. Op dit moment vindt bestraling standaard met röntgenstralen (fotonen) plaats. Sinds enkele jaren worden internationaal echter steeds meer patiënten bestraald met minuscule geladen deeltjes, zoals protonen.

Voordelen Het belangrijkste voordeel van bestraling met protonen boven de huidige technieken is zeer nauwkeurige en scherp begrensde dosisafgifte. Hierdoor kan een hogere dosis gegeven worden aan relatief ongevoelige of ongunstig gelegen tumoren. Daarnaast zal er een lagere dosis terecht komen in het omringende gezonde weefsel. Dit zijn belangrijke voordelen voor de behandeling van tumoren in kritische gebieden van het lichaam, zoals de hersenen. Wereldwijd zijn er al 70.000 kankerpatiënten met protonen bestraald. Op dit moment is er een sterke toename van het aantal bestralingsfaciliteiten voor deze techniek, met name in Duitsland, de VS en Japan.

Voor wie?

De Gezondheidsraad schatte recent dat in 2015 zo’n 9400 Nederlandse patiënten baat kunnen hebben bij protonentherapie. Dat is bijna 10% van alle kankerpatiënten in Nederland. Invoering van protonentherapie in Nederland zal naar verwachting geleidelijk zijn, waarbij eerst die indicaties in aanmerking komen die het meest voordeel kunnen verwachten van protonentherapie. Het College voor Zorgverzekeringen schat de eerste groep patiënten op zo’n 3500 per jaar. Naar verwachting zullen er daarom op termijn meerdere gespecialiseerde faciliteiten voor deze behandeling nodig zijn in Nederland.

Protonentherapie (ook wel bekend als protontherapie of proton radiotherapie) is een vorm van externe radiotherapie waarbij kwaadaardige nieuwvormingen (kanker) in het lichaam met behulp van ioniserende straling bestreden worden. Radiotherapie vormt samen met chirurgie en chemotherapie de drie pijlers voor de behandeling van patiënten met kanker. Het effect van radiotherapie berust op het verschil in gevoeligheid voor straling tussen gezond weefsel en kankerweefsel. Protonentherapie en conventionele vormen van radiotherapie verschillen in het type straling dat gebruikt wordt om het kankerweefsel te vernietigen. Bij conventionele radiotherapie worden patiënten bestraald met hoogenergetische röntgenstraling dat bestaat uit pakketjes energie zonder massa, fotonen genaamd. Bij protontherapie wordt gebruikgemaakt van een bundel protonen. Protonen zijn subatomaire deeltjes met een elektrische lading en een kleine massa. Doordat protonen en fotonen een fundamenteel verschillende interactie met weefsel hebben, hebben protonentherapie en bestraling met röntgenstraling een verschillende uitwerking. Hoewel er weinig grootschalige vergelijkende studies bestaan, is er veel experimenteel bewijs dat protonen voor betere resultaten zorgen bij de behandeling van bepaalde soorten kanker. Behalve protonen kunnen ook andere deeltjes gebruikt worden voor radiotherapie, zoals bijvoorbeeld koolstof ionen. Ieder type deeltje heeft een andere interactie met het kankerweefsel. Een verzamelnaam voor alle soorten bestralingen met behulp van deeltjes met een (minuscule) massa en elektrische lading is deeltjestherapie of hadrontherapie.

Werking en voordelen

De protonen die nodig zijn voor protonentherapie worden versneld en gefocusseerd door een deeltjesversneller (zoals een synchrotron of cyclotron) tot een snelheid van 60% van de lichtsnelheid. De bundel kan zo afgesteld worden dat de protonen het lichaam binnengaan en pas bij het bereiken van de tumor al hun energie afgeven. Dit verschijnsel van energieafgifte is beschreven door de Britse natuurkundige William Henry Bragg die aantoonde dat fotonen de afgegeven energie verdelen over de gehele route door het lichaam terwijl protonen en andere deeltjes met massa hun energie pas bij het bereiken van hun indringdiepte afgeven. Dit wordt aangeduid met Bragg piek. Het voordeel van protonen is gebaseerd op dit principe: terwijl fotonen in principe schade aanrichten bij het gezonde weefsel om de tumor heen, kunnen protonen zo afgesteld worden dat ze minimale schade aanrichten buiten de tumor en maximale schade aan de tumor zelf. Hierdoor kan nauwkeuriger bestraald worden en/of een hogere dosis afgegeven worden aan de tumor. Deze voordelen zijn bijvoorbeeld van belang bij tumoren die zich vlak bij stralingsgevoelige lichaamsdelen bevinden, of tumoren die relatief ongevoelig zijn voor straling. In het algemeen zullen de bijwerkingen naar aanleiding van protonenbestraling minder zijn dan bij conventionele radiotherapie.

Nadelen

Belangrijk nadeel van protonentherapie ten opzicht van conventionele radiotherapie betreft de kosten en omvang van de apparatuur die nodig is voor het opwekken van de protonenbundel. Hierdoor is een protonenfaciliteit een stuk duurder dan faciliteiten die gebruikmaken van röntgenstraling. Dit was in 2007 de reden voor de Belgische overheid om niet te investeren in een protonenfaciliteit. Een ander nadeel is gerelateerd aan het voordeel van protonentherapie: doordat de bundel heel nauwkeurig een hoge stralingsdosis kan afgeven, is het risico van beschadiging van gezond weefsel in gevallen waarbij de bundel niet goed gericht is op de tumor, bijvoorbeeld doordat de patiënt te veel beweegt tijdens de bestraling, evenredig groter

Medische toepassing

De eerste die het gebruik van protonen suggereerde voor de behandeling van tumoren was de Amerikaan Robert R. Wilson. Dit was in 1946 toen Wilson betrokken was bij het ontwerp van het Harvard Cyclotron Laboratorium in de V.S. De eerste patiënten werden niet in ziekenhuizen behandeld maar bij deeltjesversnellers voor wetenschappelijk onderzoek zoals het Berkeley Stralingslaboratium in de V.S. (vanaf 1954) en in Uppsala, Zweden (vanaf 1957). In 1961 werd de behandeling in een ziekenhuisomgeving geïntroduceerd in Massachusetts (V.S.). Hier zijn tot 2002 zo’n 10.000 patiënten behandeld en is de behandelmethode verder ontwikkeld De eerste Europese behandelfaciliteit bestaat sinds 1984 en bevindt zich in het Paul Scherrer Instituut (PSI) in Villigen, Zwitserland. Inmiddels zijn er in vele landen behandelcentra. Wereldwijd zijn nu (Maart 2010) zo’n 67.000 patiënten met protonen behandeld.

Centra in Nederland In Nederland bestaan er nu of komen 4 centra’s waar kankerpatiënten behandeld kunnen worden met protonen. vier initiatieven hebben aangekondigd een protonenfaciliteit te willen realiseren. Deze initiatieven zijn HollandPTC (samenwerking tussen de Technische Universiteit Delft, Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam – Daniël den Hoed kankercentrum, en Leids Universitair Medisch Centrum) te Delft, Maastro te Maastricht, Vrije Universiteit medisch centrum te Amsterdam en het Universitair Medisch Centrum Groningen. . . Al deze initiatieven willen rond 2014 een protonenfaciliteit realiseren. Of dit ook mogelijk zal zijn en of alle vier de faciliteiten gerealiseerd zullen worden, hangt sterk af van een nog te nemen beslissing door de Nederlandse overheid om de behandeling op te nemen in het zorgverzekeringspakket.

In 2009 maakte de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport al bekend dat hij voorstander is van een geleidelijke introductie van de therapie in Nederland, waarbij allereerst die typen kanker behandeld zullen worden waarbij het voordeel van protonen het grootst en best bewezen is.,

 

Protonentherapie goedgekeurd
Protonentherapie wordt momenteel niet aangeboden in Nederland. De eerste stap naar de introductie van protonentherapie in Nederland is in 2009 gezet, toen het College voor Zorgverzekeringen protonentherapie aanwees als mogelijke behandeling voor een aantal soorten kanker. In 2011 werd het aantal soorten kanker dat gebaat kan zijn bij behandeling met protonen verder uitgebreid. Mede dankzij inspanningen van HollandPTC heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport protonentherapie inmiddels goedgekeurd als mogelijke behandeling voor jaarlijks 3500 patiënten.

Vergunning
Op 29 juli 2013 is het bestuurlijk akkoord over protonentherapie ondertekend. Het Ministerie van VWS zal nu de ‘Regeling protonentherapie’ publiceren. HollandPTC zal een aanvraag indienen voor en WBMV-vergunning (Wet Bijzondere Medische Verrichtingen).

Opening in 2016
HollandPTC doet er alles aan om in 2016 haar deuren te kunnen openen en ongeveer 600 patiënten per jaar te kunnen behandelen, naast het verrichten van wetenschappelijk onderzoek en het verzorgen van  onderwijs.

Be Sociable, Share!

Dit bericht is geplaatst in algemeen, nieuws met de tags . Bookmark de permalink.