Alternative genees middelen werken die ? korte uitleg over Laetrile,Salvestrolen,Kurkuma

Rond 1980 was Laetrile, een bestanddeel van abrikozenpitten, een hype. De stof zou een krachtig middel tegen kanker zijn. Veel mensen hebben zich destijds op Laetrile gestort, maar de werkzaamheid viel tegen, en er bleken ook nadelen …

Laetrile is een stof die gewonnen kan worden uit abrikozenpitten. Er wordt Laetrile een geneeskrachtige werking tegen kanker toegedicht. Zoals met veel middelen die niet patenteerbaar zijn, is hier niet veel onderzoek naar verricht dat de huidige wetenschappelijke toets voor bewezen werkzaamheid kan weerstaan. Verreweg de meeste publicaties over Laetrile zijn namelijk beschrijvingen van een of meer gevallen waarin het middel een gunstig effect te zien gaf. Dit noemt men casuïstiek. In dit soort artikelen kan het gunstig effect ook op toeval berusten, of op andere factoren. Het enige soort onderzoek dat wetenschappelijk geaccepteerd wordt als bewijs voor de werkzaamheid van een stof is dubbelblind, placebo-gecontroleerd onderzoek. En in 2006 was er geen enkel onderzoek van dit type verricht naar de werkzaamheid van Laetrile. Dus officieel is het onbewezen dat Laetrile werkzaam is tegen kanker.

In abrikozenpitten stoffen waarvan een aantal tot de groep nitrilosiden behoort. Dit zijn een bepaald type suikers met een cyanidegroep eraan vastgemaakt. Deze stoffen zitten overigens niet alleen in abrikozenpitten, maar ook in appelpitten, kersenpitten, perzikpitten, bamboescheuten, gierst en diverse andere plantaardige producten, zij het in duidelijk mindere mate. De belangrijkste van deze stoffen en de meeste voorkomende is Laetrile genoemd. De naam amygdaline zou een synoniem zijn, maar blijkt toch voor een iets andere chemische verbinding bedoeld te zijn.

Ook vitamine B-17 zou een synoniem zijn, maar deze naam is nooit officieel erkend. Tot nu toe is namelijk niet bewezen dat de stof essentieel zou zijn voor onze stofwisseling. En dat is een fundamenteel kenmerk van stoffen die vitamines mogen heten.
Ondanks het feit dat er dus geen officieel wetenschappelijk bewijs voor de werkzaamheid van Laetrile tegen kanker bestaat, zijn er wel mensen die menen een positief effect van Laetrile te hebben ervaren. Dat kan om divere redenen:

Ten eerste is het zo dat hoop doet leven. Dit is een veel gebruikte en misbruikte uitdrukking, maar zoals veel uitdrukkingen wel ergens op gebaseerd. Zoals inmiddels ook wetenschappelijk is komen vast te staan: mensen met een positieve instelling hebben een grotere kans om te genezen dan mensen met een negatieve instelling. Dit is dus niet puur een placebo-effect van een willekeurig medicijn, het is vermoedelijk meer het effect van hersenen op lichaam, van geest op afweer c.q. immuunsysteem.

Daarnaast is het zo dat kankercellen gevoeliger zijn voor bepaalde beschadigingen dan gezonde cellen, en ook in bepaalde opzichten minder herstelmechanismen hebben. Dus het is heel goed mogelijk dat Laetrile wel degelijk menselijke kankercellen kan doen vernietigen. Dit is in laboratoriumonderzoek bij proefdieren al wel gebleken. Laetrile is tenslotte een stof die zijn cyanine-groep kan afgeven, en cyanide is een sterk giftige stof in het lichaam. Mogelijk is echter de dosis die hiervoor nodig is hoger dan bij een levende mens wenselijk is. Er is ooit een onderzoek gedaan waarbij met behulp van monoklonale antilichamen de stof in een tumor bij proefdieren geconcentreerd kon worden en op zo’n manier via de hogere concentratie tot een goed effect leidde. Dit onderzoek is bij mensen echter nog niet herhaald.

Het is onduidelijk tegen welke soort kankers Laetrile geschikt zou zijn. Op basis van de wijze van toedienen (via de mond) lijkt het voor de hand te liggen dat kankers van darmen en vooral lever het sterkst aan Laetrile zouden worden blootgesteld en daarom er mee behandeld zouden kunnen worden. Ook prostaatkanker wordt in een bepaald onderzoek gesuggereerd. Laetrile is overigens niet ongevaarlijk. Het middel bevat cyanide en dat is de giftige stof in blauwzuur, die ook voorkomt in bittere amanandelen. Teveel hiervan kan ernstige gevolgen hebben en zelfs tot de dood leiden.

Hoewel Laetrile dus geen officieel geregistreerd geneesmiddel is, is het verkrijgbaar via internet. Mensen die besluiten dat een behandeling met Laetrile een goede optie is, wordt aangeraden de volgende voorzorgen te nemen:

  • Schaf een gestandaardiseerd preparaat aan, waarvan duidelijk is dat het elke keer de zelfde hoeveelheid Laetrile bevat. Ga niet zelf aan de slag met abrikozen- of andere pitten.
  • Gebruik het middel nooit zonder overleg met de behandelend arts. In geval van problemen moet u op uw arts kunnen rekenen en deze moet weten wat er dan aan de hand kan zijn.
  • Regelmatige controles van het bloed zijn zinvol om snel problemen op te sporen. En ook hiervoor is medewerking van uw arts nodig.
  • Gebruik het middel niet gelijktijdig met andere medicijnen of voedingssupplementen. Er zijn diverse gevallen van ongewenste bijwerkingen na combinaties beschreven in de literatuur.

 

 

 

Dit is een aangepast Budwigpapje in een iets modernere, eetbaardere variant. Het originele Budwigpapje is niet zo erg lekker en bestond voornamelijk uit kwark of yoghurt met lijnzaad(olie). Dr. Johanna Budwig schreef dit papje aan het begin van de vorige eeuw voor aan haar patiënten voor tal van klachten.
Dit papje is werkzaam voor kankerpatiënten, bij hart- en vaatziekten etc. Het is niet zo dat wanneer je iedere dag zo’n papje eet, kanker kan verdwijnen maar alle hele kleine beetjes bij elkaar kunnen wel helpen.

-125 gram (magere) kwark of biogarde yoghurt met toegevoegde melkzuurbacteriën of sojayoghurt, of combinaties daarvan.
-Ongezoete müsli uit de natuurvoedingswinkel of een mengsel van havervlokken, tarwezemelen, boekweitvlokken en 1 eetlepel gekneusd lijnzaad. De vlokken of de müsli een avond van tevoren met water in de week zetten anders zijn de vlokken erg moeilijk verteerbaar. Licht roosteren in een stalen wok of koekenpan is ook gunstig: de verteerbaarheid neemt toe en het fytinezuur dat metalen bindt, wordt afgebroken, waardoor de metalen beter opneembaar worden
– een desertlepel ongeraffineerde lijnzaadolie of een eetlepel Omega & More Perfect Balance Olie (te koop bij natuurvoedingswinkels) of visolie .
– wat citroensap en eventueel wat honing voor de smaak. Eventueel kan ook gebruik gemaakt worden van rozijnen (liefst biologisch en ongezwaveld), maar wees voorzichtig met gedroogd fruit, het bevat veel suikers
– aanvullen met vers fruit van het seizoen – hoe groter de variëteit, hoe meer verschillende vitamines men binnen krijgt. Voorbeelden zijn appel, peer, banaan, ananas, aardbeien, kiwi etc. Ook erg gunstig is het zogenaamde kleine fruit; bramen, bosbessen, frambozen, etc.
– mensen met een moeilijke stoelgang kunnen eventueel nog een eetlepel (of meer of minder) vers gekneusd lijnzaad toevoegen.
– ook lekker is het toevoegen van wat zaden of pitten (pijnboompitten, pompoenpitten, zonnebloempitten) en/of wat ongebrande noten (uit de natuurwinkel)

 

 

Salvestrolen

Salvestrolen zijn een groep verwante chemische stoffen die kunnen voorkomen in planten. En wel voornamelijk in planten die zich teweer moeten stellen tegen aanvallers als bacteriën, virussen, schimmels en insecten. Dat doen zij door stoffen te vormen die voor deze aanvallers giftig zijn en waarmee zij zich kunnen verdedigen. Dit soort stoffen worden fytoalexinen genoemd. Als mensen deze planten eten, dan krijgen zij deze stoffen binnen. En het bijzondere van deze stoffen is dat zij bij de mens een kankerremmende werking hebben: gewone cellen kunnen er moeiteloos mee omgaan, maar kankercellen gaan er vaak door dood. Dit komt omdat de kankercellen van een heleboel verschillende tumoren een  enzym bevatten dat deze salvestrolen kan om omzetten in voor de kankercel giftige stoffen. Dit enzym heet CYP1B1 en lijkt sterk op de ontgiftingsenzymen die in de lever voorkomen. In principe heeft elke cel natuurlijk de genen voor het aanmaken van dit CYP1B1 enzym, maar in normale cellen komen deze genen niet of nauwelijks tot expressie. Ze worden dus niet actief. Bij veel kankercellen komen deze genen echter wel tot expressie, waardoor de activiteit ervan veel hoger is dan bij normale cellen. Hierdoor is de aanwezigheid van dit enzym wellicht op den duur ook bruikbaar om deze kankercellen op te sporen. Het kan dan mogelijk gebruikt worden als een zogenaamde tumormarker, waarvan er al diverse bekend zijn voor verschillende soorten tumoren.

Maar naast een functie als tumormarker, zorgt dit CYP1B1 enzym er ook voor dat de salvestrolen omgezet worden tot voor de kankercel giftige stoffen, waardoor deze gestimuleerd wordt om dood te gaan. Via geprogrammeerde celdood, ofwel apoptose, een manier van celdood die volgens een planning verloopt en waarbij de onderdelen van de cel zoveel mogelijk hergebruikt worden. Zo blijkt de stof resveratrol, bekend uit rode wijn maar ook aanwezig in pinda’s, bessen, pruimen, tomatenschillen en sommige pijnbomen, door CYP1B1 te worden omgezet in de stof piceatannol, dat kankercellen tot apoptose kan aanzetten. Daarbij heeft reservatrol ook andere gunstige eigenschappen die deze stof tot een van de meest nuttige anti-verouderingsstoffen maakt.

Inmiddels zijn er al meer dan twintig verschillende plantaardige stoffen gevonden die na activering door CYP1B1 celdood kunnen oproepen in kankercellen. Deze groep van stoffen zijn salvestrolen genoemd, naar het latijnse werkwoord salvare, dat redden betekent. Deze salvestrolen zijn meestal scherp of bitter smakende stoffen, die door planten worden geproduceerd ter bescherming tegen schimmels, bacteriën, virussen, insecten en ultraviolet licht. Het zijn dus stoffen waarmee de plant zich beschermt tegen aanvallers. En daar zit nu meteen het probleem van onze huidige voeding en teeltmethoden: de planten die wij eten hebben helemaal geen natuurlijke vijanden meer, want die worden beschermd in kassen, bespoten met bestrijdingsmiddelen en hun aanvallers worden op diverse manieren onschadelijk gemaakt, soms zelf door biologische toepassingen zoals bijen. En daardoor maken onze teeltgewassen dus ook geen afweerstoffen en zijn zij voor onze gezondheid veel minder nuttig. Wetenschappers hebben becijferd dat onze huidige voeding 80 tot 90 procent minder salvestrolen bevat dan vijftig tot honderd jaar geleden. Een andere reden dat deze stoffen minder in onze groente en fruit voorkomen ligt in het feit dat wij tegenwoordig liever zoetige groente en fruit eten dan bitter smakende voeding. Door selectie en veredelingsmethoden zijn onze huidige gewassen zo veranderd ten opzichte van vroeger dat er daardoor veel minder salvestrolen in zitten. Alleen in biologische geteelde groente en fruit komende nog zinvolle hoeveelheden van deze stoffen voor.

Op grond van bovenstaande gegevens lijkt het niet onmogelijk dat de toename van kanker de laatste decennia mede veroorzaakt is door het gemis aan salvestrolen in onze voeding. Het lijkt dus in ieder geval zinvol om meer onbewerkte biologische groente, fruit en kruiden te gaan eten. Daarnaast is het natuurlijk ook belangrijk om deze zo goed mogelijk te bereiden. Vaak is rauw of anders kort gestoomd of gewokt het beste. Inmiddels zijn er ook concentraten beschikbaar van enkele salvestrolen, zoals resveratrol.

Of salvestrolen ook ingezet kunnen worden ter genezing van een bestaande kanker is nog niet zeker. Hier zal onderzoek naar verricht moeten worden en omdat het hier geen stoffen betreft die gepatenteerd kunnen worden en commercieel uitgebaat kunnen worden zal het nog wel lang duren voordat daar resultaten van zijn. En zeker resultaten die kunnen voldoen aan de huidige medische standaarden, de zogenaamde evidence-based medicine. Maar voor iedereen die niet wil wachten en toch wat wil doen aan de eigen kansen op gezondheid lijkt het consumeren van salvestrolen via het eten van biologische groente en fruit een zinvolle zaak.

 

 

Kurkuma

Krachtig kruid tegen kanker

Uit medische hoek komt er steeds meer belangstelling voor een bijzonder kruid: kurkuma. Dit kruid, dat een onderdeel is van kerrie, wordt in oosterse landen veel aan gerechten toegevoegd. Maar het wordt er ook al eeuwen in de geneeskunde gebruikt. Dat dit terecht is, blijkt uit steeds meer onderzoeken. Recent blijkt zelfs dat kurkuma een breed scala van gunstige effecten heeft op kanker. Mogelijk veel breder dan chemo therapie. En zonder de giftige bijwerkingen voor kankerpatiënten.

  • Andere benamingen voor kurkuma
    koenjit
    geelwortel
    Indische saffraan
    turmeric (Engels)

Wat is kurkuma?

Kurkuma is een ‘gewoon’ keukenkruid dat vooral veel wordt gebruikt in de oosterse keuken en een belangrijk onderdeel is van kerrie (een mix van vele kruiden). Kurkuma zorgt voor de gele kleur van gerechten en geeft een mild bittere smaak. Het wordt ook wel gebruikt als kleurstof (E100; wat maar weer bewijst dat een E-nummer niet automatisch gelijkstaat aan een chemische toevoeging).

Curcuma longa

Er bestaan wel tachtig verschillende soorten kurkumaplanten.De meest gebruikte en meest veelbelovende als het gaat om medisch gebruik is curcuma longa.Deze plant is familie van de gemberplant, waarvan de wortel ook culinair en medicinaal wordt gebruikt. De sterkst werkzame stof van de wortel van de curcuma longa is curcumine. En dat is dan ook de stof die onderwerp is van diverse onderzoeken naar de medische toepassing van kurkuma.

Onderzoek

Er zijn al vele onderzoeken verricht naar de werking en toepasbaarheid van kurkuma. Hieronder vindt u een kort overzicht van de belangrijkste resultaten daarvan.

Celonderzoek

De meeste van de onderzoeken naar kurkuma zijn zogenoemde celonderzoeken: laboratoriumonderzoek naar het effect van kurkuma op celkweken. Het gaat dan zowel om het effect op gezonde cellen als op kankercellen. Door dit celonderzoek is men erachter gekomen dat kurkuma een gunstig effect heeft op tientallen werkingsmechanismen in de cel. Kurkuma is niet alleen een sterke antioxidant (die onze cellen beschermt tegen beschadiging), maar is ook direct betrokken bij verschillende processen die de cel en de celkern gezond maken en houden. Dat is op zichzelf al bijzonder. Maar het meest bijzondere is dat kurkuma in staat is kankercellen aan te vallen. Kurkuma blijkt tumorcellen namelijk te kunnen remmen in de groei en zelfs te doden.

Dieronderzoek

Naast celonderzoek is er ook aardig wat dieronderzoek verricht met kurkuma. Vaak gaat zo’n onderzoek zo: bij een groep proefdieren wordt kanker opgewekt door een kankerverwekkende stof toe te dienen. De dosering daarvan is zodanig dat alle proefdieren ­kanker krijgen. Dan worden er twee groepen proefdieren gevormd. De ene groep krijgt alleen de kankerverwekkende stof, de andere groep krijgt daarnaast ook een bepaalde hoeveelheid kurkuma. Meestal gebeurt dat in verschillende doseringen om tegelijkertijd uit te vinden wat de optimale dosis is. Uit vrijwel al deze onderzoeken komt naar voren dat kurkuma een aanzienlijke bescherming biedt tegen het krijgen van kanker. Kurkuma is ook in staat de groei van kankercellen te remmen en soms ook te doden, waardoor een tumor kleiner wordt of soms zelfs ­verdwijnt. En dat geldt voor een heleboel verschillende soorten kanker. Daarmee is kurkuma dus veel minder kankerspecifiek dan veel van de tegenwoordig gebruikte chemotherapeutica (chemomiddelen) tegen kanker. Ook is in dieronderzoek gebleken dat kurkuma in combinatie met andere kankerbehandelingen een zinvolle bijdrage kan leveren.

Onderzoek bij mensen

Helaas is er nog maar weinig onderzoek uitgevoerd bij mensen met kanker, maar de tot nu toe behaalde resultaten zijn redelijk gunstig. Ook kurkuma is niet hét wondermiddel, als het gaat om de behandeling van kanker. Maar de werking is absoluut veelbelovend, zeker in combinatie met chirurgie, chemotherapie of bestraling. Maar ook met minder gangbare behandelingen als hyperthermie en fotodynamische therapie (zie ook onderzoek dat het NFtK mede financiert), lijkt kurkuma een zinvolle bijdrage te kunnen leveren. Meer onderzoek bij mensen moet uitwijzen in hoeverre kurkuma daadwerkelijk effectief kan worden toegepast bij de behandeling van kanker.
Wél lijkt het er sterk op dat kurkuma kanker kan helpen voorkómen! En ook kan kurkuma bij de behandeling van diverse aandoeningen waar kankerpatiënten aan lijden (door de tumor of als bijwerking van de ­behandeling) waarschijnlijk een nuttige bijdrage leveren: zoals bij zenuwpijn, depressie, moeheid en neurodegeneratieve aandoeningen (ziekten van het ­zenuwstelsel die kunnen leiden tot dementie, bewegingsstoornissen, spraakstoornissen of slikproblemen).

Door ons gesponsorde onderzoeken

Nationaal Fonds tegen Kanker sponsort op dit moment twee onderzoeken in het AMC (Academisch Medische Centrum van de Universiteit van Amsterdam) naar kurkuma. Wij steunen deze onderzoeken, omdat de resultaten kunnen bijdragen aan een grotere kans op overleving van kankerpatiënten en een betere kwaliteit van leven. Kurkuma heeft immers geen bijwerkingen, in tegenstelling tot de meeste kankerbehandelingen. Zie ook het artikel op de site van het AMC. En er is onderzoek gedaan in het UMC.

Celtherapie en kurkuma

In het eerste onderzoek wordt gekeken hoe kurkuma gebruikt kan worden om de werking van dendritische celtherapie te verbeteren bij slokdarmkankerpatiënten. Er zijn tot nu toe maar weinig patiënten die van slokdarmkanker genezen.Dendritische celtherapie is een betrekkelijk nieuwe methode om het immuunsysteem van een kankerpatiënt zodanig te stimuleren dat het kankercellen weer ­herkent en
opruimt. In feite is kanker namelijk het gevolg van een falend immuunsysteem dat normaal gesproken kankercellen meteen aanvalt en geen kans geeft uit te groeien tot een tumor. De verwachting is dat de immuunversterkende kurkuma het effect van de celtherapie versterkt. Het onderzoek bevindt zich nog in het beginstadium. We hopen over enkele jaren hiervan de resultaten te melden.

Fotodynamische therapie en kurkuma

Het tweede onderzoek betreft het effect van kurkuma in combinatie met fotodynamische therapie. Dit is een geneeskundige behandeling van kanker die gebruik maakt van zichtbaar (laser)licht en een stof die kankercellen daarvoor zo gevoelig maakt dat ze afsterven. De onderzoeker (Michal Heger) kreeg voor een eerdere studie op dit gebied de prijs van het Izaak Korteweg en Anna Ida Overwaterfonds voor “innoverend en maatschappelijk relevant onderzoek”. Het onderzoek is onlangs van start gegaan en loopt nog tot eind 2010/medio 2013.

Opneembaarheid

Een probleem van kurkuma is dat de opname in het lichaam niet optimaal is. Wanneer het in het eten zit, nemen we er maar een beperkt deel van op. Dat maakt de stof wel heel geschikt voor plaatselijke behandeling en dat is ook gebleken uit het dieronderzoek: op vrijwel alle kankers van het maag-darmsysteem heeft kurkuma een gunstige invloed. Maar voor de verdere werking in het lichaam is een goede opname natuurlijk essentieel.
Uit onderzoek is gebleken dat de toevoeging van een kleine hoeveelheid zwarte peper (dankzij de stof piperi­ne) de opname vele malen verhoogt; volgens sommige berichten tot wel 2000 maal. Een andere manier is het oplossen van kurkuma in vet of het direct binden van kurkuma aan vetmoleculen. Ook hiermee wordt de opname verbeterd en zo de beschikbaarheid in het lichaam vergroot.

Dosering

In diverse studies is ook geprobeerd de optimale dosering van kurkuma te vinden als het gaat om de behandeling van kanker. In veel dierstudies komt men vooralsnog uit op een ideale dosering van 1% van het voedsel. Voor een volwassene komt dat neer op 6 tot 10 gram kurkumapoeder per dag. Maar kurkuma is enigszins bitter en in die hoeveelheid dus niet erg smakelijk. Het gebruik van capsules is dan een mogelijkheid, maar dat is meteen een stuk prijziger.

Zelf kurkuma preventief gebruiken?

Kurkuma kan zeker gebruikt worden om de kans op kanker te verminderen. Uit alle onderzoeken tot dusverre is gebleken dat kurkuma een veilige stof is. Hoeveel er preventief precies nodig is, weten we nog niet, maar elke dag een paar gram lijkt een redelijke schatting. Om de opname te verbeteren en de smaak te verzachten kunt u het volgende doen: kurkuma mengen met zwarte peper, een paar lepels (lijnzaad- of olijf)olie en wat yoghurt. Eventueel kunt u als smaakmaker een beetje honing toevoegen. U kunt dit dagelijks gebruiken, bij het ontbijt of het avondeten.

Meer onderzoek nodig! Helpt u mee?

De toepassingen van kurkuma tegen kanker zijn dus veelbelovend. Maar er zijn nog onvoldoende wetenschappelijke gegevens over het effect bij mensen met kanker, waardoor het ook nog niet veel wordt toegepast. Het probleem is, dat dit soort onderzoek ook nauwelijks plaatsvindt. En dat heeft helaas alles met geld te maken. Kurkuma is namelijk ‘niet-patenteerbaar’. Dat wil zeggen: op kurkuma is – net als op alle natuurlijke stoffen – geen patent aan te vragen. En dus is de verkoop niet exclusief voorbehouden aan degene die het onderzoekt. Kurkuma is met andere woorden niet lucratief.
Verreweg het meeste wetenschappelijke onderzoek naar nieuwe middelen wordt dan ook verricht door de farmaceutische industrie. Zij verdient veel geld aan ­kankerbehandelingen, en is dus gemotiveerd er onderzoek naar te verrichten. Maar de aandacht gaat daardoor wel eenzijdig naar farmaceutische, chemische middelen. En daarmee blijft een groot terrein in de strijd tegen kanker braak liggen.
Alleen het moeizaam gesponsorde onderzoek aan universiteiten biedt daarom kansen. En daarom hebben wij uw hulp nodig! Met uw bijdrage kan het noodzakelijk onderzoek naar kurkuma plaatsvinden. Alleen dan kan voldoende bewijsmateriaal worden verzameld voor de toepassing van kurkuma, als een van de belangrijkste antikanker middelen van deze tijd! Doet u mee?

Kurkuma: meer dan kankerbestrijder alleen

Vanwege de vele werkingsmechanismen is kurkuma niet alleen toepasbaar tegen kanker. Ook bij de ziekte van Alzheimer (dementie), gewrichtsklachten en diverse ontstekingen zijn al goede resultaten geboekt. Niet voor niets wordt kurkuma in de Indiase volksgeneeskunde (Ayurveda) al duizenden jaren gebruikt als geneesmiddel.

 

Be Sociable, Share!

Dit bericht is geplaatst in algemeen met de tags , , . Bookmark de permalink.