Behandelkeuze bij uitgezaaide borstkanker kan beter

Wanneer bij uitgezaaide borstkanker de gebruikelijke chemotherapie niet meer werkt, kan de patiënt geen goede keuze maken voor een vervolgbehandeling. Dat komt omdat de effectiviteit en veiligheid van de 4 meest gebruikte medicijnen nooit met elkaar zijn vergeleken, schrijven onderzoekers van het UMC St Radboud in een online artikel in Lancet Oncology. Ze pleiten voor meer onderzoek naar de voor- en nadelen van deze 4 middelen, zodat patiënt en arts een gefundeerde keuze kunnen maken.

Jaarlijks krijgen ongeveer 12.000 vrouwen in Nederland borstkanker. Als de diagnose wordt gesteld heeft een klein deel van de vrouwen ook al uitzaaiingen in bijvoorbeeld lever, longen, botten, of hersenen. Bij een ander deel worden later pas uitzaaiingen gevonden. Deze vrouwen genezen niet meer en de behandeling is sterk gericht op verbetering van de kwaliteit van leven.

De behandelkeuze hangt onder andere af van de hormoongevoeligheid van de tumor. Is een tumor hormoongevoelig, dan wordt vrijwel altijd hormoontherapie gegeven. Werkt hormoontherapie niet meer of is de tumor sowieso ongevoelig voor deze therapie, dan wordt chemotherapie gebruikt.   Nelleke Ottevanger, oncoloog in het UMC St Radboud: ‘Als eerste behandeling gebruiken we anthracyclines en taxanen, omdat is aangetoond dat die goed werken. Als de tumor ongevoelig is geworden voor deze middelen kan met chemotherapie worden gestopt of worden gekozen voor een ander type chemo.

Het is niet bekend welk chemotherapeuticum in die situatie het meest effectief is.’   Op dit moment kunnen patiënt en arts niet goed bepalen welke vervolgbehandeling het beste is. Onderzoeker Linda Oostendorp, eerste auteur van het artikel in Lancet Oncology: ‘Voor deze vervolgtherapie worden vier middelen vaak gebruikt. Bij ons onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van deze middelen zagen we dat twee van deze middelen nauwelijks zijn onderzocht. Daardoor kun je weinig over de effectiviteit en veiligheid zeggen.’   ‘Verder zijn er vrijwel geen directe vergelijkingen gemaakt tussen de vier middelen. Het zou een grote stap vooruit zijn, wanneer deze middelen in een aantal grote studies direct met elkaar worden vergeleken.’

Oostendorp geeft aan dat het ook ontbreekt aan studies die kijken naar het stoppen met chemotherapie: ‘Zo’n directe vergelijking is voor patiënten met borstkanker nooit gemaakt, waardoor je beide opties niet goed tegen elkaar kunt afzetten. Toch kan die informatie erg belangrijk zijn bij de keuze van de patiënt.’

Bron: UMCN

Be Sociable, Share!

Dit bericht is geplaatst in Borst kanker met de tags , , . Bookmark de permalink.