Chemotherapie ook bij kleine uitzaaiingen in de borst

Kleine uitzaaiingen kunnen de prognose bij borstkanker negatief beïnvloeden. Bij patiënten die chemotherapie of hormoontherapie ondergingen, was de prognose beter. Deze behandelingen zouden daarom overwogen moeten worden bij de aanwezigheid van kleine uitzaaiingen. Dat stelt medisch oncoloog Maaike de Boer in haar onderzoek waarop zij aan de Universiteit van Maastricht is gepromoveerd.

Uitzaaiingen in de lymfklieren zijn medebepalend voor de prognose van borstkanker. Deze bepalen tevens de uitgebreidheid van de behandeling. Als er uitzaaiingen in de okselklieren worden vastgesteld, volgt meestal een okselbehandeling. Dit kan echter leiden tot complicaties zoals schouderklachten of lymfoedeem van de arm.   Veel patiënten met borstkanker lijken op basis van radiologisch onderzoek geen uitzaaiingen in de oksellymfeklieren te hebben. Bij hen is het belangrijk om onnodige behandeling van de oksel te voorkomen.   Om deze patiënten te identificeren werd 15 jaar geleden de schildwachtklierprocedure ingevoerd. Met deze procedure wordt een beperkt aantal lymfeklieren verwijderd en intensief onderzocht op de aanwezigheid van uitzaaiingen.   Bij deze procedure worden vaak kleine uitzaaiingen gevonden. De betekenis van deze kleine uitzaaiingen voor het beloop van de borstkanker was aanvankelijk onduidelijk.   De Boer toont nu aan dat patiënten met kleine uitzaaiingen die behandeld worden met chemotherapie of hormoontherapie een betere prognose hebben. Bovendien blijkt uit haar onderzoek dat het beter is om de okselklieren volledig te verwijderen, omdat de kanker daardoor minder snel terugkeert.

Bron: AZM

Be Sociable, Share!

Dit bericht is geplaatst in Borst kanker met de tags , , , , . Bookmark de permalink.