Prostaat Kanker en behandeling

Prostaat Kanker

Levensbedreigend of een chronische ziekte?
Jaarlijks krijgen 9.500 mannen de diagnose prostaatkanker. Verwacht wordt dat in 2015 dat er zo’n 15.500 zullen zijn. Ieder jaar sterven er 4.000 mannen aan de gevolgen van de ziekte. Dit is net zoveel als het aantal vrouwen dat sterft aan borstkanker. Prostaatkanker komt niet alleen voor bij oudere mannen, maar treft ook mannen op jongere leeftijd.

Bij een deel van de patiënten wordt geen behandeling toegepast, behalve het regelmatig controleren van de tumor. Dit zijn vaak oudere patiënten met een langzaam groeiende tumor zonder klachten en gezonde mannen met lage PSA-Waarden(Prostaat Specifiek Antigeen) waar weinig kankercellen in de biopten zijn gevonden.

Als genezing niet mogelijk is

Als de ziekte niet (meer) curatief kan worden behandeld, kiest de arts voor palliatieve behandelingen. Deze zijn gericht op het remmen van de ziekte of het verminderen van de symptomen.
Voorbeelden zijn:

TURP (transurethrale resectie van de prostaat):

Bedoeld om plasklachten te verhelpen, door het deel van de prostaat weg te halen die de plasbuis dichtdrukt. Er kan tijdelijk pijn bij het plassen en incontinentie optreden en bij een orgasme kan de zaadlozing in de blaas terecht komen. Chemotherapie: Dit is de behandeling van kanker met celdodende of celdelingsremmende medicijnen. Na toediening per infuus, injectie of tablet worden de medicijnen opgenomen in het bloed en bereiken zo vrijwel alle kankercellen in het lichaam. Omdat ook gezonde cellen worden beinvloedt, treden bijwerkingen op als haaruitval, vermoeidheid, misselijkheid, darmstoornissen, verhoogd risico op infecties en veranderingen aan huid en nagels. Inwendige en uitwendige bestraling: zie boven. Hormonale therapie: zie boven.

Leven na behandeling

Gelukkig is prostaatkanker in de meeste gevallen goed te behandelen, vooral als de ziekte in een vroeg stadium wordt ontdekt. Vijf jaar na behandeling is 80 procent van de patiënten nog in leven. Dit percentage is hoger als de ziekte ontdekt is voor de kanker uitgezaaid is. Verder kan de ziekte vaak voor langere perioden (maanden tot jaren) tot stilstand worden gebracht.

Nazorg na de behandeling is erg belangrijk. De arts zal via röntgenfotos, scans en bloedonderzoeken regelmatig willen controleren of de kanker niet teruggekomen of erger geworden is. Sommige behandelingen van prostaatkanker kunnen langdurige bijwerkingen geven. De meesten zullen na verloop van tijd echter verdwijnen. Opvallend is dat veel patiënten tijdens en na de behandeling gewoon door kunnen gaan met werken.

Onderzoekers denken dat prostaatkanker eigenlijk nog veel vaker voorkomt. Het is namelijk een langzaam groeiende tumor die pas in een later stadium echte klachten geeft.

Veel oudere mannen zijn al overleden aan andere doodsoorzaken, voordat zij symptomen ontwikkelen en de tumor wordt ontdekt. In jongere mannen heeft deze langzame groei tot gevolg dat de kanker pas ontdekt wordt als hij in een vergevorderd stadium is, en er soms al uitzaaiingen naar andere plaatsen in het lichaam zijn.

Het is overigens niet zo dat elke tumor na verloop van tijd uitgroeit en uitzaait. In 30 procent van de gevallen stopt de tumor uit zichzelf met groeien en blijft de rest van het leven ‘slapend’ in het lichaam aanwezig zonder ooit klachten te veroorzaken.

Als de arts een tumor vermoedt

Als de arts na een rectaal toucher en bloedonderzoek vermoedt dat er een tumor in de prostaat zit, volgt vaak een echografie via de anus. Als de arts iets afwijkends ziet, wordt een biopt genomen. Wanneer de patholoog een tumor vindt, bepaalt hij het stadium en de kwaadaardigheid van de tumor. Deze zijn belangrijk voor het inschatten van de vooruitzichten en het bepalen van de behandelwijze. Ook worden vaak lymfeklierverwijdering en MRI-, CT- of botscans uitgevoerd om de uitgebreidheid van de tumor en mogelijke uitzaaiingen op te sporen.

Behandelmogelijkheden

Curatieve behandelingen zijn gericht op genezing en het verdwijnen van de tumor. 70 procent van de mannen kan kiezen uit:

Radicale prostatectomie:

Hierbij wordt de prostaat met tumor verwijderd. Alleen mogelijk als er geen sprake is van uitzaaiingen. De operatie kan erectiestoornissen, incontinentie en ‘droge’ orgasmen (waarbij geen zaadlozingen plaatsvinden) tot gevolg hebben. Uitwendige bestraling: De tumor wordt door een machine door de huid heen bestraald. Doordat ook gezonde cellen worden beschadigd kunnen vermoeidheid, verkleuring van de huid en irritatie van darmen en blaas optreden. Littekenweefsel in en rond de prostaat kan verminderde productie van zaadvocht, erectiestoornissen en problemen met de ontlasting veroorzaken. Inwendige bestraling: Radioactief materiaal wordt in de prostaat geplaatst, waardoor deze van binnenuit wordt bestraald. Hierbij wordt minder gezond weefsel beschadigd dan bij uitwendige bestraling. Er kunnen erectiestoornissen en plasklachten optreden. Vijf procent van de patiënten heeft in het eerste jaar na de bestraling een blaaskatheter nodig om te kunnen plassen. Hormonale therapie: Via injecties of tabletten worden speciale stoffen toegediend die de werking van testeron(wat de tumorgroei stimuleert) tenietdoen of de werking van de zaadballen stillegt, zodat geen testosteron meer geproduceerd wordt. Klachten die kunnen optreden zijn minder zin om te vrijen, opvliegers, erectiestoornissen, verandering van de lichaamsbeharing en vetverdeling in het lichaam.

Mannen die de diagnose prostaatkanker hebben gekregen, overlijden vaker aan aandoeningen als hartziekten dan aan de ziekte zelf.

‘Prostaatkankerpatiënt overlijdt vaak niet aan kanker’

Mannen die de diagnose prostaatkanker hebben gekregen, overlijden vaker aan aandoeningen als hartziekten dan aan de ziekte zelf

Dat blijkt uit onderzoek van de Harvard School of Public Health.

Het onderzoek laat zien dat mannen met prostaatkanker eerder overlijden als gevolg van deels te voorkomen aandoeningen. Volgens de onderzoekers is het dan ook van belang om gezond gedrag bij deze mannen extra te stimuleren.

“We hopen dat onze studie artsen aanmoedigt om leefstijl te bespreken met mannen die de diagnose prostaatkanker krijgen. Op die manier verbetert de algehele gezondheid van de mannen, en dus mogelijk ook de levensduur en de kwaliteit van leven”, aldus onderzoeker Mara Epstein.

Mannen

Samen met haar collega’s bestudeerde Epstein de oorzaak van overlijden bij mannen met prostaatkanker binnen de Amerikaanse Surveillance, Epidemilogoy and End Results Program (490.000 mannen tussen 1973 en 2008) en de Zweedse Cancer and Cause of Death registries (210.000 mannen tussen 1961 en 2008).

Uit de resultaten bleek dat tijdens de studieperiode prostaatkanker in de Verenigde Staten de oorzaak was van het overlijden van 52 procent van de mannen met prostaatkanker. In Zweden was dit 30 procent. In totaal overleed 35 procent van de Zweedse en 16 procent van de Amerikaanse mannen met de diagnose prostaatkanker als gevolg van de ziekte.

Grote impact

“Ons onderzoek laat zien dat leefstijlverandering als gewichtsverlies, meer bewegen en stoppen met roken een grote impact hebben op patiënten met prostaatkanker. Misschien zelfs een grotere impact dan de behandeling die ze voor prostaatkanker krijgen”, vertelt onderzoeker Hans-Olov Adami.

Het onderzoek is gepubliceerd in het Journal of the National Cancer Institute.

 

Prostaatkanker: niet prikken maar scannen

kankeronderzoek wordt minder belastend

Om erachter te komen of iemand prostaatkanker heeft, is soms zeer belastend onderzoek nodig. Maar dat verandert dankzij nieuwe medische technieken.

Oud:

twaalf pijnlijke prikken in de prostaat; vaak toch nog onzekerheid.

Nieuw:

sneller duidelijkheid dankzij MRI-techniek. Is het prostaatkanker, dan kan een weefselsparende operatie worden gedaan (met minder risico op incontinentie en impotentie). Bij twijfel zijn nog maar twee prikken in de prostaat nodig.

Waar wordt het toegepast:

in het UMC St Radboud in Nijmegen.

Een op de zes mannen krijgt prostaatkanker, een moeilijk op te sporen aandoening. De meest gebruikte diagnostiek (voelen en/of de prostaat aanprikken) is pijnlijk en geeft in 40 procent van de gevallen geen uitsluitsel of er echt sprake is van prostaatkanker.

Blinddoek

“Het is alsof je door een blinddoek kijkt”, zegt hoogleraar radiologie Jelle Barentsz van het UMC St Radboud in Nijmegen. “Je ziet wel iets, maar het zicht is heel beperkt.”

Tumoren worden daardoor vaak pas laat ontdekt. Ook is de onzekerheid groot. En de behandeling is meestal ingrijpend. Barentsz: “Omdat je de tumor niet exact kunt lokaliseren, moet je vaak de hele prostaat weghalen. Dat heeft grote psychische en lichamelijke gevolgen.”

Magnetische golven

Barentsz en zijn team ontwikkelden een MRI-techniek die afwijkingen in de prostaat op molecuulniveau in beeld brengt. Daarbij maken ze gebruik van magnetische golven. Barentsz: “Met MRI kunnen we prostaatkanker veel eerder opsporen. Is er niets te zien, dan weet je ook zeker dat er niets ís. Is er wel sprake van prostaatkanker, dan kunnen we tot op de millimeter aanwijzen waar de tumor zich bevindt. Agressieve tumoren worden bijna niet meer gemist.”

Tumor verwijderen

De chirurg kan later de tumor verwijderen, en daarbij het gezonde weefsel zoveel mogelijk sparen. Barentsz: “Je loopt dan minder risico op incontinentie en impotentie.” Mocht het (bij een afwijkende MRI-uitslag) toch nodig zijn om de prostaat aan te prikken, dan zijn slechts twee in plaats van twaalf prikken nodig.

Uitzaaiingen

De MRI-scanner stelt ook vast of er uitzaaiingen zijn naar de lymfeklieren. Barentsz: “Daar is anders een aparte operatie voor nodig.”

Verder ontwikkelen

In 2007 kreeg Barentsz de Koningin Wilhelmina Onderzoeksprijs van KWF Kankerbestrijding: twee miljoen euro voor het verder ontwikkelen en toepassen van de MRI-techniek. Toch is het UMC St Radboud in Nijmegen vooralsnog het enige Nederlandse ziekenhuis dat MRI bij prostaatonderzoek gebruikt. Urologen vinden dat eerst onomstotelijk moet worden aangetoond dat MRI beter werkt dan de gangbare methodes.

Patiënten van andere ziekenhuizen kunnen hun arts wel vragen om een doorverwijzing. Dat gebeurt volgens Barentsz steeds vaker: zo’n dertig keer per week.

 

‘PSA-test voorkomt uitzaaiing’

De PSA-waarde staat met enige regelmaat ter discussie.

Zonder PSA-test zouden er echter drie keer zo veel mannen al vergevorderde prostaatkanker hebben op het moment van diagnose.

Dat blijkt uit een analyse van de University of Rochester. Ze beschrijven de resultaten van hun studie in CANCER, het tijdschrift van de American Cancer Society. Het onderzoek suggereert dat het testen van PSA en vroege ontdekking in de Verenigde Staten jaarlijks bij 17.000 mannen kan voorkomen dat de prostaatkanker al vergevorderd is bij diagnose.

Kankerregistratie

Onderzoeker Edward Messing bestudeerde gegevens van de periode 1983-1985 (voor de PSA-test) en de periode 2006-2008. De informatie was afkomstig van de grootste landelijke kankerregistraties en de onderzoekers keken vooral naar patiënten waarvan de kanker al was uitgezaaid naar andere delen van het lichaam op het moment van de diagnose. Deze gevallen zijn vaak ongeneeslijk.

In het jaar 2008 vonden de onderzoekers 8.000 gevallen van uitgezaaide prostaatkanker. Met behulp van een rekenmodel gebaseerd op de cijfers uit de jaren tachtig, schatten zij dat dit aantal ongeveer 25.000 zou zijn zonder de screening op PSA. Dit is ongeveer drie keer zo veel.

Vergevorderd

“Onze bevindingen zijn zeer belangrijk in het licht van de controversie rondom PSA-testen”, aldus Messing. “Hoewel er ook nadelen zijn verbonden aan de test, en veel verschillende factoren van invloed zijn op de ontwikkeling van de ziekte, laten de resultaten duidelijk zien dat zonder PSA-screening meer mannen vergevorderde prostaatkanker zouden hebben.”

Door: Gezondheidsnet

 

Be Sociable, Share!

Dit bericht is geplaatst in Prostaat met de tags , . Bookmark de permalink.